print deze pagina Normale lettertype | Groot lettertype


Taken:

Doelstellingen:

Dagindeling:

Algemene afspraken:

Preoperatieve zorg:

Bij opname van een oncologische patiënt, moeten op de dag voor de opname of zo spoedig mogelijk erna enkele zaken gecontroleerd worden om problemen op tijd te signaleren.

Specifieke aandachtspunten:

Postoperatieve zorg:

1. Bij terugkomst op afdeling 2. Eerste postoperatieve dagen

3. Ontslag:

Ontslagbrief snel dicteren (brief richten aan specialist, kopie aan de huisarts):

A. Na Panendoscopie moeten de volgende zaken expliciet in de brief vermeld staan: B. Na een oncologische resectie moeten de volgende zaken expliciet in de ontslagbrief worden vermeld:

Specifieke richtlijnen:

Tracheotomie en slikrevalidatie:

Profylactische tracheotomieën, bij commando resecties e.d., komen naar de afdeling met een "gecuffte" canule. Op dag 3 wordt deze vervangen door een "ongecuffte" canule 7 of 8, waarna, afhankelijk van sputumproductie, aspiratie en zwelling wordt gestart met afstoppen. Na probleemloos 24 uur permanent afstoppen kan het ex-canulegat worden afgeplakt. Indien na 2 dagen er nog "vals" lucht lekt, valt te overwegen om de wond alsnog dicht te hechten.

Slikrevalidatie na commando resecties: starten 1 dag na sluiten tracheotomie wond na het verwijderen van de neus sonde (die eventueel wordt teruggeplaatst bij onvoldoende intake na
12 uur) meestal onder begeleiding van de logopediste.

Slikrevalidatie na partiële laryngectomie: Start 3 dagen na sluiten tracheotomie wond met dik vloeibaar, na verwijderen van de neus sonde, altijd met de logopediste.

Slikrevalidatie na totale laryngectomie: als de wond goed geneest en er geen tekenen van infectie zijn kan met vloeibare voeding worden gestart na het verwijderen van de sonde. Slikfoto alleen maken bij twijfel over wond genezing (in overleg met supervisor) en ALTIJD bij reconstructie van de pharynx met PM-lap of anderszins i.v.m. kans op lekkage of fisteling. Spraakrevalidatie onder begeleiding van de logopedist.

Vrije-lap reconstructies:

Controleren welke arm gebruikt gaat worden en injecties, infusen en bloedafname aan deze arm verbieden.

Bij patiënten met een vrij gevasculariseerde reconstructie moet de hematocriet de eerste
5 dagen onder 0,30 worden gehouden, door vocht- en transfusie beleid bij te stellen.

De reconstructie wordt de eerste week op de afdeling iedere dag bij de visite bekeken door de arts assistent en regelmatig door de verpleging gecontroleerd op refill, kleur, zwelling en zo mogelijk met de Doppler gecontroleerd. Deze controles kunnen door de verpleging worden uitgevoerd, doch verwacht wordt dat de arts-assistent regelmatig meekijkt. Bij twijfel steeds operateur of supervisor inschakelen.

Wond en fistelverzorging:

Bij onbestraalde patiënten kunnen de kinhechtingen na 6 dagen en de halshechtingen na 8-10 dagen worden verwijderd. Vaak wordt dit in 2 etappes verricht. De hechtingen worden pas verwijderd na het verwijderen van de drains. Bij bestraalde patiënten dienen de hechtingen na 14 dagen verwijderd te worden, i.v.m. vertraagde wondgenezing.

De drains worden dagelijks geïnspecteerd op aspect (bloederig, speeksel, chylus) en volume. Bij een volume van 10 cc of minder per 24 uur, na een niet al te plotse afname t.o.v. de dag tevoren, wordt de drain verwijderd door de verpleging. Bij infectie dient de drain tip gekweekt te worden.

Het beleid bij fistels wordt na overleg met een staflid bepaald (OK, conservatief).

Bij conservatief beleid wordt de sondevoeding gehandhaafd, reflux wordt bestreden en de fistel wordt 2-4 dd licht getamponneerd met NaCl of furacine gaasstroken. Kweken worden afgenomen.

Bij chyluslekkage: Direct starten peptison of MCT dieet, dagelijks elektrolyt controle (Na, K, Ca, Mg, PO4, Alb, eiwit) en dagelijks wegen, ruime vochtbalans en 4dd tensie meten. Verder overleg supervisor en diëtiste.

Multidisciplinaire bespreking hoofd/hals werkgroep NKI/AvL-AMC

Omhoog