Bij opname van een oncologische patiënt moeten op de dag voor de opname of zo spoedig mogelijk erna enkele zaken gecontroleerd worden om problemen op tijd te signaleren:
Ontslagbrief snel dicteren (brief richten aan specialist, kopie aan de huisarts).
Het dicteren van brieven geldt alleen voor de meerdaagse opnames; dus niet de dagopnames.
Specifieke richtlijnen:
Tracheotomie en slikrevalidatie:
Profylactische tracheotomieën, bij commandoresecties e.d. komen naar de afdeling met een vastgehechte "gecuffte" canule. Na 24 uur ontcuffen. Op dag 3 wordt deze vervangen door een "ongecuffte" canule 7 of 8, waarna, afhankelijk van sputumproductie, aspiratie en zwelling wordt gestart met afstoppen. Na probleemloos 24 uur permanent afstoppen kan het ex-canulegat worden afgeplakt. Indien na 2 dagen er nog "vals" lucht lekt, valt te overwegen om de wond alsnog dicht te hechten.
Slikrevalidatie na commandoresecties: starten 1 dag na sluiten tracheotomiewond na het verwijderen van de neussonde (die eventueel wordt teruggeplaatst bij onvoldoende intake na 12 uur) meestal onder begeleiding van de logopediste.
Slikrevalidatie na partiële laryngectomie: start 3 dagen na sluiten tracheotomiewond met dik vloeibaar, na verwijderen van de neussonde, altijd met de logopediste.
Slikrevalidatie na totale laryngectomie: 24 uur postoperatief. Slikfoto alleen maken bij twijfel. Spraakrevalidatie onder begeleiding van de logopedist vanaf dag 10.
Vrije lap reconstructies:
Controleren welke arm gebruikt gaat worden, aftekenen en injecties, infusen en bloedafname aan deze arm verbieden.
Bij patiënten met een vrij gevasculariseerde reconstructie moet de hematocriet de eerste 5 dagen onder 0,30 worden gehouden, door vocht- en transfusiebeleid bij te stellen.
De reconstructie wordt de eerste week op de afdeling iedere dag bij de visite bekeken door de arts-assistent en regelmatig door de verpleging gecontroleerd op refill, kleur, zwelling en zo mogelijk met de Doppler gecontroleerd. Deze controles kunnen door de verpleging worden uitgevoerd, doch verwacht wordt dat de arts-assistent regelmatig meekijkt. Bij twijfel steeds operateur of supervisor inschakelen.
Wond- en fistelverzorging:
Bij onbestraalde patiënten kunnen de kinhechtingen na 6 dagen en de halshechtingen na 8-10 dagen worden verwijderd. Vaak wordt dit in 2 etappes verricht. De hechtingen worden pas verwijderd na het verwijderen van de drains. Bij bestraalde patiënten dienen de hechtingen na 14 dagen verwijderd te worden i.v.m. vertraagde wondgenezing.
De drains worden dagelijks geïnspecteerd op aspect (bloederig, speeksel, chylus) en volume. Bij een volume van 5cc of minder per 24 uur, na een niet al te plotse afname t.o.v. de dag tevoren, wordt de drain verwijderd door de verpleging. Bij infectie dient de draintip gekweekt te worden.
Het beleid bij fistels wordt na overleg met een staflid bepaald (OK, conservatief).
Bij conservatief beleid wordt de sondevoeding gehandhaafd, reflux wordt bestreden en de fistel wordt 2-4 dd licht getamponneerd met NaCl of furacine gaasstroken. Kweken worden afgenomen.
Bij chyluslekkage: Direct starten peptison of MCT dieet, dagelijks elektrolyt controle (Na, K, Ca, Mg, PO4, Alb, eiwit) en dagelijks wegen, ruime vochtbalans en 4dd tensie meten. Verder overleg supervisor en diëtiste.