Uitgangspunten:
a) chirurgie
| N0 | expectatief |
| N1 klier parotis | parotidectomie + SOHND |
| N2/N3 klier parotis | parotidectomie + RMND |
| N+ hals (huidtumorlokalisatie anterieur MAE/kruin) | parotidectomie + RMND |
| N+ hals (huidtumorlokalisatie posterieur MAE/kruin) | SND (2-5) |
| N+ hals (huidtumorlokalisatie op MAE/kruin) | parotidectomie + SND (2-5) |
| N0 | expectatief /sentinel node |
| N1 klier parotis | parotidectomie + RMND |
| N2/N3 klier parotis | parotidectomie + RMND |
| N+ hals (huidtumorlokalisatie anterieur MAE/kruin) | parotidectomie + RMND |
| N+ hals (huidtumorlokalisatie posterieur MAE/kruin) | SND (2-5+) |
| N+ hals (huidtumorlokalisatie op MAE/kruin) | parotidectomie + RMND |
in situ melanoom: 0,5 cm;
Breslow-dikte tot en met 2 mm: 1 cm;
Breslow-dikte meer dan 2 mm: 2 cm. (in het gelaat kan soms een beperktere marge getolereerd worden om esthetische redenen)
Hoewel in de landelijke richtlijn (zie Oncoline) terughoudend is bij het adviseren van een sentinel node procedure, zullen wij dit aan patiënten aanbieden die geïnformeerd willen zijn over de status van de halsklieren en hun prognose, bij melanomen dikker dan 1.5 mm.
(alternerend met dermatoloog/chirurg/radiotherapeut)
Breslow-dikte tot en met 1 mm:
Eenmalig controlebezoek een maand na de behandeling van een primair melanoom.
Verdere controle kan desgewenst plaatsvinden in het kader van begeleiding, onderwijs en wetenschappelijk onderzoek.
1e jaar: 1 keer per 3 maanden controle;
2e jaar: 1 keer per 4 maanden controle;
3e tot en met 5e jaar: 1 keer per 6 maanden controle.
6e tot en met 10e jaar: 1 keer per jaar controle.
Aanvullend onderzoek op indicatie
b) postoperatieve RT
Zie uitgangspunt 1 en 9. Verdere indicatie als bij SCC mucosa.
Indien electieve parotidectomie (zoals beschreven onder uitgangspunt 7) bij histopatologisch onderzoek een pathologische klier(en) gevonden en ECHO + CP van de hals is negatief dan:
| SCC | RT |
| Melanoom | aanvullende ND |