print deze pagina Normale lettertype | Groot lettertype


Hoofd/Hals oncologie patiënten met een ernstige bovenste luchtweg obstructie

NB: te allen tijde, bij ademstop: coniotomie, zonodig door de aanwezige arts-assistent: Reanimatiesein AVL: 2555.
Coniotomieset (“Quicktrach”, ligt op de onderzoekskamer op de 5e verdieping) en op de scopie-kar ok:

Inleiding:

Eerste handelingen:

Differentiële diagnose (meest voorkomend):

Vervolg praktische handelingen:

Beleid / therapie:

Primair: verkrijgen vrije luchtweg middels tracheotomie, debulking of intubatie door Hoofd/Hals chirurg en/of anesthesist
Secundair: in afwachting van Hoofd-Hals chirurg/anesthesist:

Inspiratoire stridor bij tracheotomie patiënten:

Oorzaken (meest voorkomend):

Altijd bij de hand hebben:

Handelingen:

Stridor bij gelaryngectomeerden:

Oorzaken:

Altijd bij de hand hebben:

Handelingen:

Reference List

1. Acute care of the cancer patient. Boca Raton: Taylor & Francis Group; 2005.
2. Mason RA, Fielder CP. The obstructed airway in head and neck surgery. Anaesthesia 1999;54(7):625-8.
3. Koh MS, Hsu AA, Eng P. Negative pressure pulmonary oedema in the medical intensive care unit. Intensive Care Med. 2003;29(9):1601-4.
4. The Report of the National ConfidentialEnquiry into Perioperative Deaths 1996/1997. Gray, A. J. G, Hoile, R. W., Ingram, G. S., and Sherry, K. M.1998. London.
Ref Type: Report
5. Ho AM, Chung DC, To EW, Karmakar MK. Total airway obstruction during local anesthesia in a non-sedated patient with a compromised airway. Can.J.Anaesth. 2004;51(8):838-41.
6. Farmacotherapeutisch Kompas. College van zorgverzekeringen; 2004.
7. Scott PV. Nebulised adrenaline in adults with upper airway obstruction. Anaesthesia 1995;50(5):476.
8. MacDonnell SP, Timmins AC, Watson JD. Adrenaline administered via a nebulizer in adult patients with upper airway obstruction. Anaesthesia 1995;50(1):35-6.
9. Oxford textbook of critical care. Oxford: Oxford university press; 1999.
10. Intensive care manual. 4ed. Oxford: Buttworth Heinemann Oxford; 1997.

Stridor obv bovenste luchtwegobstructie bij de Hoofd/Hals patiënt

Bij dubbelzijdige stemband paralyse:

In alle andere gevallen of bij onduidelijke oorzaak:

Bij ademstop: coniotomie

Reanimatiesein: 2555 Zie intranet voor uitgebreide richtlijn


GEPLASTIFICEERDE HANDOUT VOOR ARTS ASSISTENT


Stridor bij de tracheotomiepatiënt/gelaryngectomeerde

Altijd bij de hand hebben:

Tracheotomiepatiënt:

Gelaryngectomeerde:

[1] Adrenaline: Adrenaline verneveling is in Nederland is niet geregistreerd voor gebruik bij bovenste luchtwegobstructies (6). Bovendien zijn er bij volwassenen geen grote studies naar het effect van adrenaline op oedeem in de bovenste luchtweg verricht. Toch wordt het gebruik van adrenaline verneveling zinvol geacht bij volwassenen met een bovenste luchtweg obstructie op basis van oedeem (7-10). Echter de genoemde doseringen zijn variabel (van 2ml 1mg/3ml (0,9% NaCl oplossing), tot 10 ml 1mg/20ml, tot 1mg/3ml, waarna 1mg/5ml continu vernevelen), en de wetenschappelijke onderbouwing hiervan onduidelijk. De in de richtlijn genoemde 1mg in 5ml 0,9% NaCl (8) is derhalve arbitrair.
[2] Dexamethason: Ook dexamethason is in Nederland niet geregistreerd voor gebruik bij bovenste luchtwegobstructies (6). Desalniettemin worden steroïden zinvol geacht bij een bovenste luchtwegobstructie op basis van oedeem, al dan niet in combinatie met adrenaline verneveling (1;7-10) Echter de optimale dosering is ook onduidelijk en derhalve is de in de richtlijn genoemde 10 mg eveneens arbitrair.
[3] Furosemide: 40mgIV is conform de initiële behandeling longoedeem (6)
[4] Clemastine: 2mg IV is conform de initiële behandeling bij anafylactische shock, z.n. na 15 minuten herhalen (6).

Omhoog