Fellowship

Since many years otolaryngologists and maxillofacial surgeons have been trained as head and neck surgeons-oncologists at the Netherlands Cancer Institute-Antoni van Leeuwenhoek Hospital (AVL). For a list see this link. In 1996 the Dutch ENT Society has formally established a 2-year training program for ENT specialists who want to become registered as head and neck surgeons. Similarly, the Dutch Society for Oral and Maxillofacial Surgery has established a 2-year fellowship program for head and neck surgery. The AVL is recognized as a training institute for this fellowship. The fellowship at the AVL is open for otolaryngologists and maxillofacial surgeons from the Netherlands, EEC countries and specialists from other countries after their diplomas are recognized by the Dutch Specialist Registry. For foreign applicants it is important  that most research and clinical meetings are in English but for patient care Dutch should be learned.

Apart from these local fellowships, the AVL is part of a global network for fellows from the IFHNOS:
http://www.ifhnos.org/online-fellowship

Head and neck cancer is a rare disease in the Western world and head and neck cancer care is only performed in hospitals recognised by the Dutch Head and Neck Society (NWHHT). These hospitals are regularly visited by the DHNS and should fulfil minimal requirements. The reason for centralizing head and neck cancer care is to warrant optimal high-level patient care. As the treatment and rehabilitation of these patients is a complex and multidisciplinary team effort, the involved physicians and nurses should dedicate their work to this patient category. The only way to do this is to concentrate the treatment of these cancer patients in several centers.

Fellowship program

Vervolgopleiding in de hoofd-halsoncologie en -chirurgie (hoofd-hals VOO) (overgenomen van de Nederlandse Vereniging voor Keel-, Neus- en Oorheelkunde en Heelkunde van het Hoofd-Halsgebied).

Inleiding

Gelet op de incidentie van maligniteiten in het hoofd-halsgebied en de (super)­specialistische, veelal multidisciplinaire zorg welke voor patiënten met deze aandoeningen vereist is, is het gewenst dat diagnostiek en behandeling van hoofd-halsoncologische patiënten in Nederland plaats vinden in een beperkt aantal centra. Voor de hoofd-halsartsen werkzaam in deze centra moet hoofd-halsoncologie een hoofdtaak zijn. Om als hoofd-halsarts in een dergelijk centrum goed te kunnen functioneren, is het noodzakelijk een vervolgopleiding in de hoofd-halsoncologie en -chirurgie gevolgd te hebben.

Doelstelling

De vervolgopleiding in de hoofd-halsoncologie en -chirurgie heeft als belangrijkste doel te waarborgen dat de kwaliteit van de zorg die de hoofd-halsoncologische patiënten geboden wordt, hoog is. Te dien einde worden hoofd-halsartsen in de vervolgopleiding verder geschoold in de hoofd-halsoncologie en -chirurgie, zodat zij tezamen met andere, in het hoofd-halsgebied werkzame, specialisten oncologische patiënten optimaal kunnen behandelen.

Algemene eisen

Algemene eisen te stellen aan de vervolgopleiding in de hoofd-halsoncologie en -chirurgie.

1. De erkenning van een hoofd-halsarts als opleider in de hoofd-halsoncologie en -chirurgie en van een inrichting als opleidingsinrichting voor de vervolgopleiding in de hoofd-halsoncologie en -chirurgie, berust bij het Bestuur van de Nederlandse vereniging voor keel, neus- en oorheelkunde en heelkunde van het hoofd-halsgebied, gehoord hebbend het Consilium. De administratieve begeleiding van de hoofd-halsarts in de vervolgopleiding hoofd-halsoncologie en -chirurgie, de hoofd-halsVOO, berust bij het bestuur. Een en ander met inachtneming van hetgeen in de artikelen van de algemene en de bijzondere eisen is bepaald.

2. De opleidingseisen dienen door de algemene vergadering van de Nederlandse vereni­ging voor keel-, neus- en oorheelkunde en heelkunde van het hoofd-halsgebied te zijn goedgekeurd, gehoord hebbend het Consilium.

3. Het Bestuur stelt het aantal opleidingsinrichtingen en het aantal opleidingsplaatsen vast in overleg met en na advies van de Werkgroep Hoofd-halsoncologie en -Chirurgie van de Neder­landse vereniging voor keel-, neus- en oorheelkunde en heelkunde van het hoofd-halsgebied en het Consilium ORL.

4. Het Bestuur dient zich bij het nemen van besluiten, de vervolgopleiding in de hoofd-halsoncologie en -chirurgie betreffende, te laten adviseren door het Consilium ORL.

Erkenning van de opleiding
5. De erkenning als opleider hoofd-halsoncologie en -chirurgie en als opleidingsinrichting voor de vervolgopleiding in de hoofd-halsoncologie en -chirurgie kan slechts worden gegeven indien zowel de opleider als de inrichting aan de gestelde opleidingseisen voldoen.

6. Voor de erkenning van een inrichting als opleidingsinrichting voor hoofd-halsoncologie en -chirurgie is vereist dat in de inrichting een door de SRC erkende A opleider in de keel-, neus- en oorheelkunde en heelkunde van het hoofd-halsgebied en een goed functionerende opleiding in de keel-, neus- en oorheelkunde en heelkunde van het hoofd-halsgebied aanwezig zijn. Een uitzondering kan de categoriale opleidingsinrichting vormen.

7. De erkenning van de opleidingsinrichting in de hoofd-halsoncologie en -chirurgie alsmede de erkenning van de opleider in de hoofd-halsoncologie en -chirurgie en het vaststellen van het aantal toe te laten hoofd-hals VOO’s tot de opleiding geschiedt door het Bestuur in overleg met het Consilium ORL, nadat de erkende A opleider voor keel-, neus- en oorheelkunde en heelkunde van het hoofd-halsgebied hiermee akkoord is gegaan.

8. De erkenning van de opleiding hoofd-halsoncologie en -chirurgie wordt, nadat een visitatie heeft plaatsgehad, telkens voor een tijdvak van ten hoogste vijf jaar verleend. De erkenning geldt uiterlijk tot:

a. De expiratiedatum van de A-opleiding voor keel-, neus- en oorheelkunde en heelkunde van het hoofd-halsgebied.

b. De datum waarop de A opleider in de keel-, neus- en oorheelkunde en heelkunde van het hoofd-halsgebied zijn werkzaamheden beëindigt. Verlenging van de erkenning dient tenminste zes maanden voor de afloop van de geldende termijn bij het Bestuur te worden aangevraagd.

9. Het Bestuur kan tussentijds de erkenning intrekken indien het, op grond van een door de visitatiecommissie uitgebracht rapport en advies, van oordeel is dat de opleider in de hoofd-halsoncologie en -chirurgie en of de opleidingsinrichting niet meer aan de gestelde eisen voldoen.

10. Indien het Bestuur gezien het visitatierapport en het advies van het Consilium ORL en gehoord de A-opleider voor keel-, neus- en oorheelkunde en heelkunde van het hoofd-halsgebied en een vertegenwoordiger van de inrichting, besluit de erkenning niet opnieuw te verlenen of deze tussentijds in te trekken, deelt zij deze beslissing schriftelijk mede aan de Raad van Bestuur c.q. de directie van de inrichting, de opleider in de hoofd-halsoncologie en -chirurgie, de opleider voor keel-, neus- en oorheelkunde en heelkunde van het hoofd-halsgebied c.q. het hoofd van de betrokken kliniek en het Consilium ORL.

De erkenning vervalt dan zowel voor de opleidingsinrichting als voor de opleider een half jaar na dagtekening van de schriftelijke mededeling. Het is de inrichting niet toegestaan in deze periode nieuwe hoofd-hals VOO’s toe te laten. Het Bestuur deelt aan de hoofd-hals ­VOO’s die in de inrichting in opleiding zijn mede dat de erkenning niet is verlengd c.q. is ingetrokken.

11. Voor het geval de erkenning niet is verlengd of is ingetrokken, zal het Bestuur voor zover nodig in overleg met de betreffende hoofd-hals VOO’s nader bepalen op welke wijze zij hun opleiding kunnen voortzetten. Het Bestuur zal hierbij van de voor de opleiding gestelde bepalingen kunnen afwijken.

12. Indien een erkende opleider in de hoofd-halsoncologie en -chirurgie gedurende een aaneengesloten periode van drie maanden door ziekte of anderszins zijn werkzaam­heden als opleider in de hoofd-halsoncologie en -chirurgie niet heeft kunnen verrich­ten, moet hij dit schriftelijk aan het Bestuur mede delen. Het Bestuur dient na advies te hebben ingewonnen, te bepalen of en op welke wijze voortzetting van de opleiding van de hoofd-hals VOO’s zal plaats vinden en doet van haar beslissing tijdig mededeling aan de opleider in de hoofd-halsoncologie en -chirurgie en aan de betrokken hoofd-hals VOO’s.

Beoordeling van de opleiding
13. De beoordeling van de vervolgopleiding in de hoofd-halsoncologie en -chirurgie vindt plaats door het Consilium ORL.

De plenaire vergadering laat zich verslag uitbrengen door de visitatiecommissie ad hoc. Bij beoordeling wordt met de algemene en bijzondere eisen en bepalingen gel­dende voor de opleiding keel-, neus- en oorheelkunde en heelkunde van het hoofd-halsgebied rekening gehouden. De plenaire vergadering stelt een advies op, hetwelk aan het Bestuur ter kennis wordt gebracht. Het Bestuur stelt de definitieve beoordeling vast en bericht dit aan de opleider in de hoofd-halsoncologie en -chirurgie, de oplei­der in de keel-, neus- en oorheelkunde en heelkunde van het hoofd-halsgebied, de Raad van Bestuur c.q. de directie van de opleidingsinrichting en het Consilium ORL.

14. De visitatiecommissie ad hoc wordt als volgt samengesteld:

  • drie leden uit het Consilium ORL
  • waarvan twee leden met ervaring in de hoofd-halsoncologie en -chirurgie
  • waarvan twee leden A opleiders.
  • bestuurslid van de werkgroep hoofd-halsoncologie en -chirurgie.

15. De opleider in de hoofd-halsoncologie en -chirurgie, de opleider in de keel-, neus- en oorheelkunde en de opleidingsinrichting dienen bereid te zijn zich te laten visiteren en volledige medewerking hieraan te verlenen.

De opleiding
16. a. De werkzaamheden van de hoofd-hals VOO moeten een volledige dagtaak omvatten met inachtneming van het gestelde onder 16 b.

b. De vervolgopleiding in de hoofd-halsoncologie en -chirurgie dient volkomen geïntegreerd te geschieden in een erkende A-opleiding voor keel-, neus- en oor­heelkunde en heelkunde van het hoofd-halsgebied. Een uitzondering hierop vormen de vervolgopleidingen die plaats vinden in de categorale ziekenhuizen.

17. De vervolgopleiding in de hoofd-halsoncologie en -chirurgie:

a. duurt twee jaar

b. moet in een erkende opleidingsinrichting in Nederland worden gevolgd

c. moet ononderbroken worden gevolgd.

Het Bestuur kan in bijzondere gevallen, bijv. ten aanzien van de wens een gedeelte van de vervolgopleiding in een opleidingsinrichting in het buitenland te volgen, afwijkend beslissen.
Zonodig vraagt het Bestuur het Consilium ORL advies.

De hoofd-halsarts in vervolgopleiding hoofd-halsoncologie en -chirurgie (hoofd-halsVOO)
18. Voor toelating van de hoofd-hals VOO tot de vervolgopleiding dient registratie voor het specialisme keel-, neus- en oorheelkunde in het specialistenregister door de SRC te hebben plaats gevonden. De hoofd-hals VOO is lid van de Nederlandse vereniging voor keel-, neus- en oorheelkunde en heelkunde van het hoofd-halsgebied.

19. De hoofd-hals VOO wordt voor de vervolgopleiding hoofd-halsoncologie en -chirurgie geselecteerd en toegelaten door de opleider in de hoofd-halsoncologie en -chirurgie nadat het hoofd van de betreffende afdeling voor keel-, neus- en oorheelkunde en heelkunde van het hoofd-halsgebied en de staf daarmee akkoord zijn gegaan. De hoofd-hals  ­VOO moet een reëel uitzicht hebben op een functie binnen een hoofd-halson­cologisch centrum.

20. De tot de vervolgopleiding in de hoofd-halsoncologie en -chirurgie toegelaten hoofd-hals­ VOO verbindt zich voor de opleidingsduur i.c. voor twee jaren.

21. De hoofd-hals VOO moet tenminste drie maanden voordat de opleiding een aanvang neemt door de opleider bij het Bestuur worden aangemeld. Daarbij wordt het Bestuur op de hoogte gesteld a. welke erkende opleider in de hoofd-halsoncologie en -chirurgie zich bereid verklaart de hoofd-hals VOO op te leiden, b. bij welke erkende opleidingsinrichting de opleiding zal plaats vinden, c. hoe het opleidingsschema, ondertekend door de opleider in de hoofd-halsoncologie en -chirurgie luidt, d. van de persoonsgegevens van de hoofd-hals VOO.

22. Het Bestuur kan aan de hand van de verstrekte gegevens en na ingewonnen advies bij het Consilium ORL akkoord gaan met het opleidingsschema en de hoofd-hals VOO voor de vervolgopleiding inschrijven. Het Bestuur deelt de datum waarop de opleiding een aanvang neemt mede aan de hoofd-hals VOO, de opleider voor keel-, neus- en oorheelkunde en heelkunde van het hoofd-halsgebied, de opleider voor de vervolgopleiding hoofd-halsoncologie en -chirurgie, de opleidingsinrichting en het Consilium ORL.

23. De hoofd-hals VOO is verplicht elke wijziging in de door hem verstrekte gegevens direct schriftelijk aan het Bestuur mede te delen.

24. Indien de hoofd-hals VOO gedurende een aaneengesloten periode van drie maanden door ziekte of andere omstandigheden de opleiding niet heeft kunnen volgen, moet hij dit aan het Bestuur mede delen. Het Bestuur is bevoegd te bepalen of en op welke wijze com­pensatie plaats dient te vinden.

25. Gedurende de opleiding moet de hoofd-hals VOO de door de opleider in de hoofd-halson­cologie en -chirurgie in het kader van de opleiding gegeven aanwijzingen opvolgen.

26. Het eerste half jaar wordt met een evaluatie afgesloten. Aspecten die bij het bepalen van de geschiktheid van de hoofd-hals VOO expliciet aan de orde dienen te komen, zijn: omgang met patiënten, theoretische kennis, geschiktheid om in teamverband te werken en manuele vaardigheden. In geval de opleider in de hoofd-halsoncologie en -chirurgie op basis van deze evaluatie te kennen geeft aan het Bestuur de hoofd-hals VOO niet geschikt en/of in staat te achten de opleiding voort te zetten, wordt de opleiding beëindigd. De hoofd-hals VOO kan in beroep gaan bij het Bestuur.

De opleider in de hoofd-halsoncologie en -chirurgie
27. De opleider in de hoofd-halsoncologie en -chirurgie dient lid te zijn van de Neder­landse vereniging voor keel-, neus- en oorheelkunde en heelkunde van het hoofd-halsgebied.

28. De opleider in de hoofd-halsoncologie en -chirurgie draagt voor de opleiding de volle verantwoordelijkheid. Voor de organisatorische aspecten is hij ondergeschikt aan het hoofd van de afdeling c.q. de erkende A opleider voor keel-, neus- en oorheelkunde en heelkunde van het hoofd-halsgebied.

29. De opleider hoofd-halsoncologie en -chirurgie evalueert de hoofd-hals VOO na zes maan­den op zijn geschiktheid voor de opleiding (zie artikel 26). De opleider in de hoofd-halsoncologie en -chirurgie is verplicht elk jaar volgens een daartoe vastgesteld formulier aan het Bestuur gegevens te verstrekken met betrekking tot de hoofd-hals VOO’s die bij hem in opleiding zijn. Deze gegevens worden door het Bestuur als vertrouwe­lijk beschouwd.

30. Indien een opleider in de hoofd-halsoncologie en -chirurgie zijn verplichtingen jegens het Bestuur niet nakomt, kan het Bestuur besluiten de erkenning in te trekken.

De opleidingsinrichting
31. Binnen de opleidingsinrichting moet een door de Nederlandse Werkgroep hoofd-hals-tumoren (N.W.H.H.T.) erkende hoofd-halsoncologische werkgroep functioneren. De opleiding wordt bij de N.W.H.H.T. aangemeld.

32. De opleidingsinrichting moet de opleider in de hoofd-halsoncologie en -chirurgie de gelegenheid geven diens verplichtingen, voortvloeiend uit hetgeen is bepaald in de algemene en specifieke eisen in verband met de vervolgopleiding van de hoofd-hals VOO, na te komen.

33. De opleidingsinrichting moet de hoofd-hals VOO in staat stellen de door de opleiders in de hoofd-halsoncologie en -chirurgie aan hem/haar in het kader van de opleiding gegeven voorschriften op te volgen.

34. Hetgeen onder 33 is bepaald geschiedt met inachtneming van de door de inrichting gestelde regels, welke niet in tegenspraak mogen zijn met de eisen te stellen aan de opleiding, opleiders in de hoofd-halsoncologie en -chirurgie en de opleidingsinrichtingen.

Registratie hoofd-halsoncologie en -chirurgie
35. De hoofd-hals VOO dient aan het eind van de opleiding bij het Bestuur een aanvraag in tot registratie in het register hoofd-halsoncologie en -chirurgie. Bij de aanvraag moet hij stukken overleggen waaruit blijkt gedurende welke periode en door wie hij is op­geleid. Voorts moet hij alle inlichtingen verschaffen die het Bestuur ter beoordeling van de aanvraag nodig acht.

36. Indien er verschil blijkt te bestaan tussen de gegevens die de hoofd-hals VOO verschaft en die welke het Bestuur tijdens de opleiding heeft geregistreerd, zal dit verschil moeten worden opgehelderd voordat omtrent de aanvraag tot registratie wordt beslist.

37. Tegen het einde van de opleiding deelt de opleider in de hoofd-halsoncologie en -chirurgie tezamen met de opleider keel-, neus- en oorheelkunde en heelkunde van het hoofd-halsgebied aan het Bestuur mede of naar hun oordeel de hoofd-hals VOO al dan niet in aanmerking komt voor registratie.

38. In geval de opleiders in de hoofd-halsoncologie en -chirurgie te kennen geven de hoofd-hals VOO nog niet geschikt en/of in staat achten voor registratie in aanmerking te komen, zal het Bestuur binnen twee maanden beslissen of deze de opleiding moet voort zetten en voor hoelang.

39. De schriftelijke bevestiging van de registratie hoofd-halsoncologie en -chirurgie wordt door het Bestuur van de Nederlandse vereniging voor keel-, neus- en oor­heelkunde en heelkunde van het hoofd-halsgebied bekrachtigd en bevestigd door uitreiking van een certificaat aan de betreffende hoofd-halsarts. Alvorens het Bestuur overgaat tot beoordeling en bekrachtiging wordt door het Bestuur advies gevraagd aan het Consilium ORL.

Vertrouwelijkheid
40. Alle in voorgaande punten bedoelde beoordelingen worden geacht vertrouwelijk te zijn en uitsluitend ter beschikking van het Bestuur en de adviseurs te staan, behoudens het bepaalde in 39.

Bijzondere eisen

1. De opleiding
Bijzondere eisen te stellen aan de vervolgopleiding hoofd-halsoncologie en -chirurgie, behorende bij de algemene eisen van de vervolgopleiding hoofd-halsoncologie en -chirurgie
1. De voortgezette opleiding in de hoofd-halsoncologie en -chirurgie richt zich op de diagnostiek, behandeling en revalidatie van patiënten met kwaadaardige en goedaar­dige tumoren in het hoofd-halsgebied alsmede de premaligne afwijkin­gen in dit gebied. Tot het hoofd-halsgebied worden gerekend alle structuren boven het niveau van de claviculae, uitgezonderd hersenen en ruggenmerg.

2. De vervolgopleiding wordt gevolgd in een door de Nederlandse vereniging voor keel-, neus- en oorheelkunde en heelkunde van het hoofd-halsgebied erkende oplei­dingsinrichting.

3. De duur van de vervolgopleiding bedraagt twee jaar en voorziet in een stage van totaal zes weken op een afdeling radiotherapie en zes weken op een afdeling medische oncologie.

4. Gedurende de opleiding moet de hoofd-hals VOO:

a. Zich de indicatiestelling tot en de chirurgische technieken van zowel de ablatieven tumorchirurgie als de reconstruc­tieve chirurgie en de specifieke pre- per- en postoperatieve zorg bij de behandeling van de oncologische hoofd-halspatiënten eigen maken; dit geldt ook voor prothetische revalidatie voor zover deze direct op het terrein van de hoofd-halsarts ligt.

b. Zich op de hoogte te stellen van de diagnostische mogelijkheden met name van radiodiagnostiek, nucleaire geneeskunde en pathologische anatomie.

c. Zich verdiepen in de specifieke problemen die zich voordoen in het kader van radio­therapie en chemotherapie van hoofd-halsoncologische patiënten alsmede in het kader van maxillofaciale prothetiek.

d. Zich verdiepen in de nazorg en follow-up van hoofd-halsoncologische patiënten in de breedste zin des woords.

e. Deelnemen aan discussies over ethische kwesties welke zich voordoen bij patiënten met een oncologische aandoening in het hoofd-halsgebied.

f. Zich vertrouwd maken met documentatie en registratiemethoden van hoofd-halstumoren.

g. Deel nemen aan wetenschappelijk onder­zoek.

h. Kennis nemen en zich verdiepen in de methodologie van epidemiologie en statis­tiek.

i. Zich op de hoogte te stellen van de methodologie van clinical trials.

j. Het volgen van de basiscursus oncologie, jaarlijks georganiseerd door de Neder­landse vereniging voor Oncologie, is verplicht.

k. Gedurende de vervolgopleiding tenminste één voordracht houden voor de Neder­landse vereniging voor keel-, neus- en oorheelkunde en heelkunde van het hoofd-halsgebied en tenminste één artikel publiceren in een erkend weten­schap­pelijk tijdschrift over een oncologisch hoofd-halsonderwerp.

l. Actief deelnemen aan het oncologisch onderwijsprogramma van de betrokken oplei­dingsinrichting.

m. Tenminste 50 klinische grote ablatieve chirurgische ingrepen, eventueel gecombineerd met reconstructieve chirurgie, met een acceptabele diversiteit, zulks ter beoordeling van de visitatiecommissie, bij patiënten met een maligniteit in het hoofd-halsgebied uitvoeren en minstens 50 maal assisteren bij dergelijke ingrepen.

n. Een standaardlijst bijhouden van: 1. de door de hoofd-hals VOO verrichte operaties met een onderverdeling in de verschillende zwaarteklassen; 2. een overzicht van de inhoud en de duur van de stages; 3. publicaties, voordrachten, eventueel disser­tatie; ge­volgde cursussen, wetenschappelijke congressen. Aan het einde van de oplei­ding en bij visita­ties moet de hoofd-hals VOO deze lijst ter beschikking stellen aan het Bestuur van de Neder­landse vereniging voor keel-, neus- en oorheelkunde en heel­kunde van het hoofd-halsgebied.

2. De opleider in de hoofd-halsoncologie en -chirurgie

Bijzondere eisen te stellen aan de opleider resp. de opleidergroep voor de vervolg­opleiding in de hoofd-halson­cologie en -chirurgie
1. a. De opleider in hoofd-halsoncologie en -chirurgie dient gepromoveerd te zijn en minstens vijf jaar als hoofd-hals-arts ingeschreven te zijn in het register van de SRC.

b. Naast de opleider in de hoofd-halsoncologie en -chirurgie dient ten minste één andere hoofd-halsarts die in het aandachtsgebied hoofd-halsoncologie en -chi­rurgie in volledige of nagenoeg volledige dagtaak werkzaam is, tot de opleidergroep te beho­ren.

c. De kennis en vaardigheden van de leden van deze opleidergroep moeten daadwerkelijk de inhoud dekken van de hoofd-halsoncologie.

d. Uit de opleidergroep dient regelmatig gepubliceerd te worden en dienen regelmatig voordrachten te worden gehouden op wetenschappelijke bijeenkomsten.

2. De opleider in de hoofd-halsoncologie en -chirurgie dient bereid te zijn bij de inrichting van de opleiding en het verrichten van opleidingsactiviteiten overleg te voeren met de A opleider voor keel-, neus- en oorheelkunde en heelkunde van het hoofd-halsgebied.

3. De opleidingsinrichting

Bijzondere eisen te stellen aan de opleidingsinrichting voor de vervolgopleiding hoofd-halson­cologie en -chirurgie

1. In de opleidingsinrichting dienen minstens 200 nieuwe patiënten met een maligniteit in het hoofd-halsgebied per jaar te worden gezien en behandeld.

2. Het operatietableau omvat de volledige hoofd-halschirurgie; er worden per jaar tenminste verricht: 50 nekdissecties en 25 grote reconstructieve operaties.

3. Er bestaat een actieve multidisciplinaire werkgroep hoofd-halsoncologie, welke minimaal één maal per twee weken bijeenkomt ter bespreking van het beleid bij de nieuwe patiënten en de problemen die zich bij reeds behandelde patiënten voordoen.

4. Er bestaat intensieve samenwerking met de afdelingen radiodiagnostiek, pathologie, radiotherapie, mondheelkunde, maxillofaciale prothetiek en plas­tische chirurgie.

5. Er is een apart oncologisch poliklinisch spreekuur, zowel voor nieuwe patiën­ten als voor follow-up.

4. Opleidingsschema

De opleider in de hoofd-halsoncologie en -chirurgie stelt in overleg met de hoofd-hals VOO een opleidingsschema vast. Het opleidingsschema wordt ter goedkeuring voorgelegd aan het Consilium resp. het Bestuur (zie ook art. 22 van de Algemene eisen).