RADPLAT (Chemoradiatie)

Waarom deze behandelwijzer

Uw medisch specialist heeft met u besproken dat u de Radplat-behandeling gaat krijgen. De Radplat-behandeling is een combinatiebehandeling bestaande uit radiotherapie en chemotherapie: chemoradiatie. Rad staat voor radiotherapie en plat staat voor platinum of cisplatin, dat is de chemotherapie die u krijgt. Aangezien u in een korte tijd veel mondelinge informatie krijgt over de behandeling, is deze informatie zoveel mogelijk in deze behandelwijzer voor u vastgelegd. Zo kunt u thuis alles nog eens rustig nalezen.

Als patiënt krijgt u de behandelwijzer op papier. Op deze site zijn een aantal invulpagina’s weggelaten.

Wie kunt u bellen indien u vragen of problemen heeft ?

  • Uw huisarts
  • Antoni van Leeuwenhoek (AVL): Tel: 020 – 512 91 11
  • Afdeling Radiotherapie: Tel: 020 – 512 21 00
  • Patiëntenvoorlichter van de afdeling radiotherapie: Tel: 020 – 512 21 76
  • Verpleegafdeling hoofd-hals, 5e etage: Tel: 020 – 512 25 00
  • Polikliniek hoofd-hals: Tel: 020 – 512 79 21
  • De poliverpleegkundige hoofd-hals: Tel: 020 – 512 78 19 (dagelijks telefonisch spreekuur op werkdagen van 10.00 tot 10.30 uur en van 13.30 tot 14.00 uur)
  • Diëtist: Tel: 020 – 512 15 33 (telefonisch spreekuur: 15.00-16.00 uur)
  • Logopedist: Tel: 020 – 512 78 04
  • Dienst Begeleiding en Ondersteuning (maatschappelijk werk): Tel: 020 – 512 26 50 (telefonisch spreekuur: 09.00- 10.00)
  • Tandarts: Tel: 020 – 512 78 03
  • Mondhygiëniste: Tel : 020 – 512 91 11, toestel 7802

Bij afwezigheid van de poliverpleegkundige en buiten kantooruren (avond, nacht en weekend) kunt u contact opnemen met het algemene telefoonnummer: 020 – 512 91 11.

Redenen om contact op te nemen met het ziekenhuis

Bij deze klachten nog dezelfde dag uw behandelend arts:

  • koorts boven 38°C
  • koude rillingen
  • verminderd gevoel, verminderde kracht of tinteling in armen en/of benen
  • langdurige neusbloeding (langer dan 30 minuten)
  • blauwe plekken, zonder dat u gevallen bent of u hebt gestoten
  • aanhoudend bloeden van een wondje (langer dan 15 minuten)
  • braken langer dan 24 uur
  • diarree langer dan 48 uur
  • obstipatie (verstopping) langer dan 4 dagen
  • plotselinge huiduitslag
  • verandering van pijn (toename of op een nieuwe plaats)

Andere disciplines

Het kan zijn dat u tijdens uw behandeling behoefte heeft aan extra ondersteuning. Binnen het AVL kunt u naast de medisch specialist ook een beroep doen op verschillende andere professionele hulpverleners. Dit zijn de poliverpleegkundige, de diëtist, de logopedist en de maatschappelijk werker.Voor telefoonnummers zie hierboven.

De poliverpleegkundige

Nadat u op de polikliniek bent geweest voor uw eerste gesprek met de hoofd-halsspecialist en/of de radiotherapeut komt u bij de poliverpleegkundige voor een kennismakingsgesprek. Er volgt een tweede gesprek waarbij de radplat-behandeling in zijn geheel wordt toegelicht. Indien gewenst kan hierna nog een vervolggesprek worden afgesproken.
De poliverpleegkundige(n) zijn verpleegkundigen van de afdeling hoofd-hals (5e etage) en daarom ook een vast aanspreekpunt voor uw vragen en problemen ten aanzien van uw ziekte en behandeling. Zij nemen waar nodig contact op met uw medisch specialist of andere hulpverleners.

Logopedist

Voordat u start met de radplat-behandeling komt u bij de logopedist i.v.m. een gehoortest (audiogram). Deze gehoortest wordt gedaan omdat bekend is dat cisplatin uw gehoor kan aantasten. De gehoortest wordt tijdens de behandeling, elke keer voor het toedienen van de cisplatin herhaald. Ook kan de logopedist u begeleiden bij eventuele slikklachten en/of problemen met spreken.

Diëtist

Voordat u begint met de radplat-behandeling komt u bij de diëtist voor advies. De diëtist beoordeelt of de voeding die u gebruikt voldoende is. Als het nodig is, krijgt u adviezen over aanpassingen, bv. zacht voedsel of eventueel vloeibare voeding, bv. wanneer u last van slikklachten heeft of als u veel bent afgevallen. Ook tijdens en na de behandeling heeft u regelmatig een afspraak met de diëtist, zowel op de verpleegafdeling gedurende een opname, als op de afdeling radiotherapie. En na afloop van de behandeling eventueel op de polikliniek.

Klinisch psycholoog

Voor, tijdens en na de behandeling heeft u een gesprek met een klinisch psycholoog, die u aan de hand van een lijst vragen zal stellen over de kwaliteit van leven. Deze vragenlijst moet ingevuld worden omdat de radplat-behandeling nog in studieverband wordt gegeven. Wij moeten daarom onderzoeken of er aanpassingen gedaan moeten worden in de toekomst.
De afspraken worden gemaakt via de poliverpleegkundige of de medewerkers van de radiotherapie.

Dienst Begeleiding en Ondersteuning (maatschappelijk werk)

U, uw partner, kinderen of andere betrokkenen kunnen zich tot deze dienst wenden voor informatie of om gewoon eens te praten. Ook geven de mensen van deze dienst advies bij problemen en ondersteuning in deze periode. U kunt altijd zelf contact opnemen voor een afspraak, maar ook verwezen worden, via uw behandelend arts, radiotherapeutisch laborant of poli verpleegkundige, zowel voor, tijdens als na de behandeling.

Tandarts en mondhygiënist

Voorafgaand aan de behandeling zal er een onderzoek bij de tandarts plaatsvinden. Zowel mensen die hun eigen gebit hebben als de mensen met een kunstgebit komen hiervoor in aanmerking. Tijdens de bestralingsperiode bezoekt u één keer in de week de mondhygiëniste tijdens haar spreekuur op de afdeling radiotherapie.

Therapieën

Wat is chemotherapie ? (zie ook website)

Chemotherapie is de behandeling van kanker met speciale medicijnen, zogeheten cytostatica. De cytostatica die u krijgt heet cisplatin. Cisplatin vernietigt de kankercellen. Bij de intraveneuze toediening komt de cisplatin via een ader van de arm in het bloed terecht. Bij de intra-arteriële toediening wordt de cisplatin in een slagader toegediend.

Wat is radiotherapie ? (zie ook website)

Radiotherapie is de behandeling van kanker door middel van straling. De straling vernietigt de kankercellen. De kankercellen verdragen bestraling slechter dan gezonde cellen. Ze kunnen niet meer delen en sterven af, terwijl de gezonde cellen zich weer kunnen herstellen. Radiotherapie is een plaatselijke behandeling en heeft daarom alleen effect in het gebied dat door de stralen(bundels) wordt getroffen.

Het behandelschema

Uw behandelend arts heeft met u besproken dat u in aanmerking komt voor de radplat-behandeling. Door loting wordt bepaald welke radplat-behandeling u gaat krijgen. U wordt door een physician assistant gevolgd, hij/zij ziet u vlak voordat de behandeling begint en vervolgens iedere vrijdag tijdens de behandeling.

Dat kan zijn

Radplat i.a. (intra arterieel): deze behandeling bestaat uit 7 weken (van maandag tot en met vrijdag ) radiotherapie, waarbij u in de eerste 4 weken van de behandeling iedere dinsdag cisplatin krijgt. Hiervoor wordt u op de maandag van de 1e, 2e, 3e en 4e week om ± 11.00 uur opgenomen op de verpleegafdeling. U kunt als alles naar wens verloopt op woensdag het ziekenhuis weer verlaten. Als na de loting blijkt dat u de radplat i.a. behandeling gaat krijgen, zal er doorgaans in de week voor start van de behandeling een zgn. proefangiografie vervaardigd worden.

Doel van dit onderzoek is om met behulp van een vloeistof die de bloedvaten in het gebied van de tumor zichtbaar maakt, vast te leggen in welk bloedvat de cisplatin toegediend moet worden. De procedure is als volgt : nadat, na plaatselijke verdoving, in de lies een katheter (een slangetje) is ingebracht in de slagader (arterie), dit noemt men arteriografie of angiografie, wordt deze katheter opgeschoven tot bij de tumor, waarna de cisplatin wordt toegediend, dit duurt ongeveer 3 minuten. De kathether in de lies wordt na toediening van de cisplatin weer verwijderd.

De insteekopening van de katheter zal gedurende 6-10 minuten door de dokter worden dichtgedrukt waarna er een drukverband op de insteekopening en om uw heupen wordt aangebracht. Dit drukverband mag na 6 uur verwijderd worden door de verpleegkundige. Gedurende deze 6 uur is bedrust voorgeschreven en mag u niet rechtop zitten.

De toediening van het contrastmiddel geeft doorgaans een gevoel van een warme “golf” ter plaatse. Van de cisplatintoediening is niet te voorspellen wat voor gevoel u daar bij zult ervaren, dit kan een koud gevoel zijn, hoewel sommige mensen pijn aangeven.

Radplat i.v. (intraveneus): deze behandeling bestaat uit 7 weken (van maandag tot en met vrijdag ) radiotherapie, waarbij u in totaal 3x cisplatin krijgt, om de drie weken, dus de 1e, 4e en 7e week van de behandeling. Hiervoor komt u op de vrijdag voorafgaand aan de cisplatintoediening die op maandag plaatsvindt, op de verpleegafdeling. U heeft zowel met de arts als de verpleegkundige een opnamegesprek. Er wordt dan ook bloed afgenomen en u kunt diezelfde dag weer naar huis. Zondagavond keert u terug op de verpleegafdeling.

De verpleegkundige zal een infuus inbrengen en er wordt gestart met het zgn. voorspoelen. D.w.z. dat er gedurende de maandag, dinsdag, tot woensdagochtend een steriele vochtoplossing via het infuus wordt toegediend.

Op maandag zal, anderhalf uur voor de bestralingsafspraak, de cisplatin via een infuus in uw ader in de arm worden toegediend. Als alles naar wens verloopt kunt u op woensdag het ziekenhuis verlaten.

Radplat l.d. (low-dose): dagelijks cisplatin gedurende 20 giften tijdens radiotherapie volgens DAHANCA schema 70 Gy in 6 weken. De low dose chemo zal de eerste 4 weken van de behandeling dagelijks gegeven worden. Vooraf wordt er met fysiologisch zout gespoeld. De bestraling heeft plaats 1 uur na de chemo.

Schematisch ziet de behandeling er als volgt uit :

Radplat i.a.

Radiotherapie Cisplatin
Week 1
Week 2
Week 3
Week 4
Week 5
Week 6
Week 7

Radplat i.v.

Radiotherapie Cisplatin
Week 1
Week 2
Week 3
Week 4
Week 5
Week 6
Week 7

Informatie omtrent de radiotherapie (afsprakensysteem, bestralingsgebied)

De radplat-patiënt zal bij de low dose arm vóór en na behandeling een gehoortest ondergaan, bij de intraveneuze/intra-arteriële arm zal de test vóór en in de week na de chemo gedaan worden.

Voordat u met de bestraling begint zal een onderzoek door de tandarts plaatsvinden. Ook zal d.m.v. een röntgenfoto worden gekeken of er wortelresten en eventueel verstandskiezen in de kaak zijn (achtergebleven), deze moeten voor de bestraling verwijderd worden. Ontstoken tanden en kiezen moeten voor aanvang van de bestraling behandeld worden en bij mensen met een kunstgebit wordt naar de pasvorm van het gebit gekeken. De tandarts zal ook fluoridekapjes maken, dit zijn zachte kunststof afdrukken van uw gebit en dienen om het gebit te beschermen. Deze kapjes zult u in het algemeen 2 jaar lang dagelijks 5 minuten moeten indoen, in combinatie met fluoridegelei. De mondhygiëniste zal u hierover nader informeren. Daarnaast worden er een aantal voorbereidingen op de afdeling radiotherapie getroffen voordat de bestraling kan beginnen.

Het maken van een thermoplastisch masker

Om er zeker van te zijn dat u iedere keer op precies dezelfde plaats wordt bestraald, is het nodig om een masker te maken. Het masker is een afdruk van uw gezicht en hals en wordt gemaakt van zogenaamd thermoplastisch materiaal, een soort kunststof dat na verwarming soepel wordt en dus makkelijk te vormen is.

Met het hoofd komt u op een hoofdsteuntje te liggen. Het materiaal wordt in een bak warm water verwarmd en daarna over uw gezicht en hals gevormd. Met bevestigingshoekjes wordt het masker aan de tafel waarop u ligt vastgeklikt. Het ademen door het masker geeft geen probleem, daar er openingen zijn ter hoogte van de mond en de neus. Na 5 minuten is het masker voldoende afgekoeld en wordt het van het gezicht gehaald.

Hierna vindt het onderzoek op de simulator plaats.

De simulator

Om te bepalen waar en hoe de bestraling precies gegeven moet worden, wordt een simulatie uitgevoerd. Dit gebeurt met de zogenaamde simulator. Dit is een toestel dat de werkelijke bestraling nabootst. Het is dus geen bestralingstoestel. Met behulp van de simulator wordt bekeken op welke manier de stralingsbundels het best gericht kunnen worden.

Het bestralingsgebied wordt op het masker getekend, u krijgt dus geen lijnen op de huid van uw gezicht, indien nodig wel op de huid in het gebied van uw sleutelbeen. Door hetzelfde hoofdsteuntje en het vastkliksysteem van het masker wordt u iedere keer in precies dezelfde houding bestraald, waarbij het gezonde weefsel zoveel mogelijk wordt gespaard.

Van het te bestralen gebied worden vervolgens röntgenfoto’s gemaakt. Soms wordt in het kader van deze procedure ook nog een CT-scan gemaakt. De tijd die nodig is voor het onderzoek op de simulator kan variëren van een half uur tot twee uur.

Wanneer u vragen heeft over de bestraling of wanneer iets onduidelijk voor u is, kunt u altijd bij uw radiotherapeut, de radiotherapeutisch laborant of de poliverpleegkundige terecht met uw vragen.

Het afsprakensysteem

Wanneer u voor de eerste keer op de bestralingsafdeling komt, krijgt u een blauwe afsprakenkaart mee. Hierop wordt de datum en de tijd gezet waarop u de volgende keer wordt verwacht.

Eén keer per week, op vrijdag, krijgt u bij de receptie de afspraken voor de volgende week mee. Wanneer u voor de bestraling komt, hoeft u zich alleen de eerste keer te melden bij de receptie. U wordt dan opgehaald door een radiotherapeutisch laborant en naar het bestralingstoestel gebracht. De volgende keren kunt u plaats nemen in de wachtkamer. Via het omroepsysteem in de wachtkamer worden dan uw naam en het toestelnummer omgeroepen. Mocht het zo zijn dat u een kwartier na de afgesproken tijd nog niet omgeroepen bent, vraag dan even bij de receptie na wat er aan de hand is. Wij doen ons uiterste best om iedereen op tijd te behandelen.

Indien u afspraken heeft met andere artsen binnen of buiten het ziekenhuis vragen wij u dit d.m.v. een verhinderbrief (te verkrijgen bij de receptie) ruim een week van tevoren aan ons door te geven. Zodat daar met het maken van afspraken voor de bestraling, rekening gehouden kan worden.

Controlebezoeken

Tijdens de bestraling wordt u elke week door uw radiotherapeut gecontroleerd. Hij/zij kijkt of u de bestraling goed verdraagt en u kunt uw vragen stellen. Wanneer u tussendoor nieuwe klachten of vragen heeft, kunt u altijd naar de radiotherapeut of diens vervanger vragen. Ook kunt u met vragen terecht bij de hoofd-halschirurgen. Als u een nieuw recept voor medicijnen nodig heeft, wilt u dan het oude doosje of flesje meebrengen ?

Na afloop van de radiotherapie

Aan het eind van de bestralingsbehandeling zal uw radiotherapeut met u afspreken wanneer u wordt terug verwacht voor controle op de polikliniek. Deze controle is erg belangrijk om het effect van uw behandeling en de mogelijke bijwerkingen vast te stellen.

Aan het eind van de behandeling en in de periode kort daarna zijn de eventuele bijwerkingen vaak het hevigst. De uitwerking van de bestraling zet zich nog geruime tijd voort, zodat het uiteindelijke effect van de behandeling pas na vele weken is te beoordelen.

Ongeveer 6-8 weken na de radplat-behandeling zal u een onderzoek onder narcose, een CT-scan en eventueel een MRI-scan ondergaan. De vragenlijst over de kwaliteit van leven zal nogmaals afgenomen worden en u krijgt een afspraak bij de hoofd-halschirurg, de radiotherapeut, de logopedist, de poli verpleegkundige en de diëtist. Al die onderzoeken worden gedaan om het effect van de behandeling te beoordelen.

Huisarts

De huisarts wordt schriftelijk op de hoogte gehouden van uw behandeling. Voor vragen maar ook bij dringende problemen kunt u uw huisarts bellen. Deze kan waar nodig overleggen met uw behandelend arts in het ziekenhuis.

Taxivervoer en vervoerskostenregeling

Informatie hierover kunt u krijgen bij de receptie van de afdeling radiotherapie of de poli. Uw taxivervoer wordt hier ook voor u geregeld.

Verandering in uw persoonlijke gegevens

Wij vragen u elke verandering in uw persoonlijke gegevens, te melden aan de receptie, ook als u opgenomen wordt op de afdeling. Het gaat hierbij om bijvoorbeeld veranderingen in adres, telefoonnummer, verzekering of huisarts. Ook als u tijdens de behandeling tijdelijk elders verblijft is het erg belangrijk dat u dit doorgeeft aan degenen die u behandelen zodat u indien nodig ook elders bereikbaar bent.

Informatie omtrent cisplatin

Cisplatin heeft een schadelijk effect op de nierfunctie. Uw nieren worden beschermd door veel vocht toe te dienen. Dit is de reden waarom u zowel een dag voor, als een dag na de cisplatintoediening vocht krijgt toegediend via een infuus. Bij de veneuze toediening van de cisplatin moet u zelfs nog een dag extra naspoelen.

Ook vragen we u nauwkeurig bij te houden hoeveel vocht u per 24 uur, afgezien van het infuus, via eten en drinken gebruikt.

U kunt ook misselijkheidsklachten krijgen door de cisplatin, daarom start u al voordat dit op kan treden met medicatie om dit te voorkomen. U krijgt voor de toediening van de cisplatin het middel Kytril en Dexamethason via het infuus en ’s avonds wordt de Kytril nogmaals herhaald. De tweede dag moet u ook Kytril gebruiken via het infuus of oraal, u krijgt dit middel standaard (dus ook als u niet misselijk bent). De eerste 48 uur na toediening van cisplatin is het beste middel tegen misselijkheid Kytril, de tabletten werken 12 uur. Ook als u niet misselijk bent raden wij u aan deze tabletten toch te gebruiken.

Na deze twee dagen kunt u zonodig Primperan tabletten of zetpillen gebruiken indien u een misselijk gevoel heeft. Voor thuis krijgt u van de afdelingsarts een recept mee voor Kytril in tabletvorm en Primperan in tablet of zetpilvorm. Na 48 uur is Primperan het beste middel, het is niet altijd nodig dit te gebruiken. Als u toch misselijk wordt of nog bent, neem dan in eerste instantie een zetpil. Als de misselijkheid terug blijft komen, ga dan over op regelmatige inname van de tabletten om de misselijkheid te bestrijden. Het beste kunt u dat doen een half uur voor het eten en voor het slapen gaan, in totaal 4x daags. Houd dat een paar dagen vol.

Mochten deze middelen niet het gewenste resultaat hebben, dan wordt u verzocht contact op te nemen met het ziekenhuis.

Ook willen wij bij de volgende opname horen of de middelen bij u tot het gewenste resultaat hebben geleid. Mocht dat niet zo zijn, dan proberen wij met u naar een andere oplossing te zoeken.

Bijwerkingen cisplatin en radiotherapie

Het optreden van bijwerkingen en de mate waarin deze bijwerkingen voorkomen, zijn vooral afhankelijk van de wijze van toediening, de dosering van de cisplatin en bestraling die u krijgt. De bijwerkingen van de radiotherapie treden doorgaans niet meteen op na de eerste bestraling, ze ontstaan geleidelijk. De ernst van de bijwerkingen heeft niets te maken met het resultaat van de behandeling. Wij geven u onderstaande informatie zodat u bij eventuele bijwerkingen weet hoe u er het beste mee kunt omgaan.

Misselijkheid en braken

Ondanks de huidige beschermende medicijnen tegen misselijkheid en braken kunnen deze klachten toch optreden.
Wanneer u, ondanks de medicijnen tegen de misselijkheid, klachten blijft houden, neem dan contact op met de behandelend arts of poli verpleegkundige.
Door de cisplatin kunt u last hebben van ‘late misselijkheid’ (optredend vanaf 3 dagen na de kuur).
Het is belangrijk dat u na de behandeling in het ziekenhuis veel drinkt of sondevoeding neemt, omdat er extra afvalstoffen uit het lichaam moeten worden verwijderd. Te weinig drinken kan een misselijk gevoel vergroten en bijdragen aan een vieze smaak in de mond.
Eet of neem sondevoeding op tijdstippen dat u minder misselijk bent, zelfs eventueel ’s nachts.
Gebruik regelmatig kleine maaltijden. Een lege maag kan namelijk ook een misselijk gevoel geven.
Warme gerechten kunnen tegenstaan. Een alternatief is bijvoorbeeld een koude maaltijdsalade. Deze smaakt vaak beter en is even goed.
Laat uw maag weer langzaam wennen aan vast voedsel als u heeft overgegeven. Neem bijvoorbeeld een biscuitje of een minder grote portie sondevoeding.

Pijnlijke mond, droge mond en slikproblemen

Probeer uw mond vochtig te houden door regelmatig slokjes water te drinken.
Laat scherpe specerijen weg, bijvoorbeeld peper, sambal, knoflook, mosterd.
Vermijd zoute producten zoals gerookte vleeswaren (bv. runderrookvlees, gerookte vis, bouillon, zoutjes, chips, gezouten pinda’s, zoute drop.
Te scherpe gerechten kunt u verzachten door een scheutje opgeklopte room toe te voegen.
Vermijd koolzuurhoudende dranken en alcoholische dranken, deze kunnen erg pijnlijk zijn.
Gebruik geen zuur fruit en zure vruchtensappen zoals sinaasappel en grapefruit. Fruit of sap kunt u vermengen met een melkproduct bijvoorbeeld met vla of room.
Gebruik bij een ontstoken mond een dik rietje om te drinken. Knip het rietje eventueel kort, dit kost u minder kracht.
Bereid soep zoals u gewend bent te doen, zorg echter dat er niet te grote stukjes vlees of groente inzitten.
Braad het vlees niet te hard. Snijd het vlees fijn of kies zachte voeding zoals gehakt, gestoofde of zacht gebakken vis, roerei, omelet, ragout gevuld met fijngesneden vlees, vis of kaas.
Gebruik veel jus of saus.
Kook de aardappelen goed gaar. Gekookte aardappelen kunt u ook vervangen door aardappelpuree, rijst, macaroni of spaghetti.
Kook de groente goed gaar. Kies zachte soorten zoals bloemkool, worteltjes, andijvie en spinazie.
Bij slik-/passageklachten: neem rustig de tijd voor iedere maaltijd en kauw voedsel goed, het is prettig om altijd iets te drinken te hebben bij de maaltijd. Zodra u voelt dat het eten blijft steken, kunt u een slok nemen.

Smaakverandering

Tijdens de toediening kan een metaalachtige smaak ontstaan. Dit kan meerdere maanden aanhouden.
Smaakverandering kan leiden tot verminderde eetlust. Hier is weinig tegen te doen. Probeer veel verschillende producten uit.
Als u weinig proeft, is het extra belangrijk dat het eten er aantrekkelijk uitziet.

Meer tips vindt u in de brochure van KWF Kankerbestrijding: “Als eten niet meer vanzelfsprekend is. Voedingsproblemen en uw gewicht (ongewenst gewichtsverlies)”.

Als gevolg van de behandeling kunt u problemen met eten en drinken krijgen, of al bestaande problemen kunnen verergeren. De diëtist geeft dan adviezen en schrijft eventueel drinkvoeding voor. Bij ernstige problemen met eten/drinken en als uw gewicht te veel daalt, moet overgegaan worden op sondevoeding. In overleg met u zal er een neussonde worden ingebracht of een PRG-sonde. De laatstgenoemde is een sonde die via de buikwand rechtstreeks in de maag wordt ingebracht op de röntgenafdeling, onder plaatselijke verdoving. Hiervoor zult u enkele dagen worden opgenomen. Als de sonde (neus of PRG) ingebracht is en u mag gaan starten met de sondevoeding, zal de verpleegkundige u leren de sondevoeding zelfstandig toe te dienen, zodat u met de sonde snel weer naar huis kan. De sonde blijft de rest van de behandeling zitten tot soms nog enige tijd erna. Pas als het u weer lukt voldoende te eten en drinken, kan de sonde verwijderd worden. Soms kan dit tot enkele maanden na de behandeling nodig zijn. Afhankelijk van de grootte en plaats van de tumor en de effecten van de behandeling kan de normale voedselinname snel of slechts zeer langzaam herstellen.

Verslikken

Hoesten voor, tijdens of na het slikken is een van de belangrijkste tekenen van verslikken. Verslikken kan schadelijk voor de longen zijn en longontsteking veroorzaken, laat het daarom de arts of de logopediste meteen weten als u hier last van heeft. Het kan nodig zijn een sonde of PRG te plaatsen.

Irritatie van het mondslijmvlies

Door chemotherapie en radiotherapie kan het mondslijmvlies zijn beschermende functie verliezen. Door een verlaagde speekselproductie kan plaque zich makkelijker op de gebitselementen hechten. Tandvleesranden kunnen hierdoor ontstoken raken en gevoeliger worden. Goede mondverzorging en extra fluoride in de vorm van gelei kunnen deze klachten voorkomen. Ook stoppen met roken is van zeer groot belang.

Hoe herkent u geïrriteerd mondslijmvlies?

Branderig gevoel bij eten en drinken.
Het gehemelte, tandvlees en de wangzakken kunnen rood zijn.

Klachten ten gevolge van de behandeling

Pijn bij het slikken.
Droog gevoel in de mond, door verminderde speekselproductie. Deze klachten zijn tijdelijk te verminderen door te zuigen op een suikervrij zuur snoepje (met citroen, vitamine C) en door uw mond vochtig te houden door regelmatig kleine slokjes water te drinken.
Meer slijmvorming in de mond en keel. Meldt u dit bij de arts, dan kan deze evt. medicijnen voorschrijven.

Voor de start van de behandeling krijgt u een afspraak bij de tandarts. Bij mensen die hun eigen gebit nog hebben dienen ontstoken tanden en kiezen voor aanvang van de bestraling behandeld te worden. In al deze gevallen zal hiervoor met uw eigen tandarts contact worden opgenomen. In principe wordt u door uw eigen tandarts behandeld. Tijdens de bestralingsperiode bezoekt u één keer in de week de mondhygiëniste van het ziekenhuis.

Tijdens of na de bestraling mag u nooit uw tanden of kiezen laten trekken zonder dat u dit met uw radiotherapeut of tandarts van het ziekenhuis hebt besproken. In veel gevallen zal het geven van antibiotica vooraf noodzakelijk zijn. Wanneer door uw huisarts of tandarts wordt gevraagd naar vroegere ziekten, vergeet dan nooit de bestraling te vermelden.

Dagelijkse mondverzorging bij een eigen gebit

Poets 4x daags, na iedere maaltijd en voor het slapen gaan, uw tanden met een zachte tandenborstel en tandpasta die fluoride bevat.
Spoel uw mond met kraanwater na het tandenpoetsen.
Gebruik volgens voorschrift de gebitskapjes met fluoride die u van de tandarts heeft ontvangen. Deze kapjes zult u in het algemeen twee jaar lang dagelijks vijf minuten moeten indoen.
Vet regelmatig uw lippen in met vaseline, dan ontstaan er minder snel kloofjes.
Spoel 4–6x daags uw mond met zout water (één afgestreken eetlepel keukenzout in een liter gekookt water). Spoel na met kraanwater. Neem iedere dag schoon zout water.

Informatie kunt u ook nalezen in de folder van het AVL: mondhygiëne bij een chemokuur.

Dagelijkse mondverzorging bij een gebitsprothese

Poets 4x daags, na iedere maaltijd en voor het slapen gaan, uw gebitsprothese met tandpasta en spoel deze af met kraanwater.
Vet 4x daags uw lippen in met vaseline.
Doe ’s nachts de gebitsprothese uit en zet deze in water.
Voeg eenmaal per week aan het water waar u de gebitsprothese in legt een theelepeltje azijn toe. Dit voorkomt tandsteenaanhechting op de prothese. Bij gebruik van een reinigingstablet uw gebitsprothese voor gebruik eerst goed afspoelen.
Heeft u geïrriteerd mondslijmvlies, laat dan uw gebitsprothese zoveel mogelijk uit. Spoel uw mond 4-6x daags met zout water (één afgestreken eetlepel keukenzout in een liter gekookt water). Spoel na met kraanwater. Neem iedere dag schoon zout water.

Neem contact op met de behandelend arts of poliverpleegkundige indien u langer dan drie dagen last heeft van geïrriteerd mondslijmvlies of als er blaasjes of pijnlijke plekjes in de mond ontstaan. Zij of hij zal u dan advies geven over aanvullende mondverzorging of u doorsturen naar de mondhygiënist.

Als u een (controle) bezoek brengt aan de tandarts, vermeld dan altijd dat u behandeld wordt met chemotherapie en radiotherapie.

Vermoeidheid/verminderde energie

U zult merken dat u tijdens en vaak ook nog na de behandeling minder energie heeft, sneller vermoeid raakt en sneller emotioneel kunt worden. Dit kan komen door de behandeling, maar ook door bv. de angst, die veel patiënten ervaren, voor de ziekte en de behandeling, een slechte voedingstoestand, slecht slapen en tal van andere oorzaken. Ook het regelmatig reizen naar het ziekenhuis kan een extra belasting zijn. Houd hier rekening mee in uw dagelijks leven. Neem voldoende tijd om te rusten, zorg dat u bijvoorbeeld ’s middags een uurtje rust.
Verdeel de activiteiten die u wilt doen over de dag.
Als u hulp wordt aangeboden door familie of vrienden, durf deze dan te accepteren. U houdt dan zelf meer tijd en mogelijk meer energie over voor de dingen die u leuk vindt.
Probeer uw conditie op peil te houden door zoveel als u kunt in beweging te blijven. De vermoeidheid gaat namelijk niet over door te rusten of passief te worden. Wandelen is hiervoor bij uitstek een geschikte activiteit.
Heeft u last van vermoeidheid of heeft u hulp nodig, bespreek dit dan met de poli- of afdelingsverpleegkundige of met maatschappelijk werk van de Dienst Begeleiding en Ondersteuning.

Meer informatie kunt u lezen in de folder “Vermoeidheid na kanker” van KWF Kankerbestrijding.

Dun of uitvallend haar

Uit ervaring weten we dat haaruitval als gevolg van de chemotherapie die u krijgt, zeer weinig voorkomt. Er is wel een mogelijkheid dat op behaarde plaatsen die binnen het bestraalde gebied liggen, haaruitval optreedt.
Verzorg uw haar voorzichtig, was het met lauw water, gebruik een milde shampoo en een crèmespoeling, droog het haar voorzichtig.
Tijdens de behandeling en tot twee weken daarna is het af te raden uw haar te verven of te permanenten.

Meer informatie kunt u lezen in de folder “Goed verzorgd, beter gevoel” van KWF Kankerbestrijding.

Aan het eind van de bestralingsperiode kunt u in meer of mindere mate last krijgen van heesheid. Probeer het spreken niet te forceren en ga in ieder geval niet fluisteren. U kunt de logopediste altijd om advies vragen.

Droge huid

Onder invloed van de chemotherapie en radiotherapie kan uw huid droog en/of schilferig worden. Gebruik daarom regelmatig een ongeparfumeerde bodylotion. Bestraalde huid mag uitsluitend met de door de arts voorgeschreven crème of gel behandeld worden.

De huidreactie van de bestraling is het hevigst in huidplooien en rondom operatielittekens. De huidreactie begint als roodheid, meestal twee tot vier weken na het begin van de bestraling.

Adviezen voor het verzorgen van de huid

  • de bestraalde huid mag met een pH-neutrale zeep gewassen worden.
  • dep de huid droog in plaats van wrijven.
  • vermijd stugge, knellende en schurende kledingstukken.
  • wanneer de bestraalde huid jeukt, probeer dan niet te krabben.
  • bij bestraling in het gezicht en de hals, niet nat scheren, maar elektrisch en geen aftershave gebruiken.
  • wanneer de huid open is, probeer deze dan zoveel mogelijk droog te houden. Gebruik geen gaas om de open plekken af te dekken. U kunt terecht bij de doktersassistente van de radiotherapie voor het verzorgen van de huid. Hiervoor kunt u zich melden bij de receptie van de afdeling radiotherapie.
  • plak geen pleister op de bestraalde huid.
  • stel de bestraalde huid niet bloot aan de zon of aan UV-stralen van een solarium of zonnebank. Na afloop van de laatste bestraling moet de bestraalde huid nog een jaar zoveel mogelijk tegen de zon worden beschermd. Vermijd blootstelling aan fel zonlicht d.m.v. kleding of een crème met een hoge zonnebeschermingsfactor (factor 20 of meer).
  • de huid geneest gewoonlijk in twee tot vijf weken na de bestraling. De plek blijft aanvankelijk wat donkerder dan normaal en wordt later soms wat bleker. Voor het camoufleren van ontsierende plekken of littekens : zie ook de folder “Goed verzorgd, beter gevoel” van het Integraal Kankercentrum Amsterdam (IKA).
  • door de bestraling kan de huid aan de onderlaag verkleven. Wanneer u merkt dat de huid stugger en vaster aanvoelt dan normaal, bespreek dit dan met uw radiotherapeut. Hij/zij kan zo nodig advies vragen aan de fysiotherapeut.

Verandering van het ontlastingspatroon

Chemotherapie kan ook het slijmvlies van de darmen irriteren, waardoor u last kunt krijgen van diarree of juist van verstopping (obstipatie). Ook kan de anti-misselijkheidsmedicatie, Kytril, verstopping veroorzaken.

Bij diarree

  • zorg dat u voldoende drinkt of sondevoeding toedient, minimaal 2 liter vocht per 24 uur.
  • Gebruik per dag een aantal koppen bouillon en/of tomatensoep.
  • Gebruik regelmatig kleine maaltijden en vermijd laxerende en gasvormende producten, zoals: kool, prei, ui, specerijen en citrusfruit.

Heeft u langer dan 48 uur diarree, neem dan contact op met uw behandelend arts/huisarts.

Bij verstopping (obstipatie)

  • Zorg dat u voldoende drinkt of voldoende sondevoeding neemt, minimaal 2 liter vocht per 24 uur.
  • Overleg met de diëtist over vezelrijke voeding.
  • Zorg voor voldoende beweging.

Heeft u langer dan 4 dagen geen ontlasting gehad, neem dan contact op met uw behandelend arts/huisarts.

Invloed op de werking van het beenmerg

In het beenmerg worden alle bloedcellen aangemaakt. Cisplatin remt de aanmaak. Om deze reden is het van belang dat uw bloed 2x per week wordt gecontroleerd op maandag en donderdag. Het is belangrijk dat de bloedwaarden zich voldoende hersteld hebben, voordat de volgende kuur gegeven kan worden. Als dit niet zo is, kan het zijn dat de kuur uitgesteld wordt.
Een verminderd aantal witte bloedlichaampjes (leucocyten) geeft een verhoogd risico op infectie. Dit risico is het grootst 10 tot 14 dagen na een kuur. Soms kan hierdoor koorts optreden.
Een verminderd aantal bloedplaatjes (thrombocyten) geeft een verhoogd risico op blauwe plekken, bloedneuzen, bloedend tandvlees en een verhevigde menstruatie. Bij het ontstaan van blauwe plekken en/of regelmatig voorkomen van een moeilijk te stelpen bloedneus dient u contact op te nemen met uw behandelend arts.
Een verminderd aantal rode bloedlichaampjes (erytrocyten) veroorzaakt bloedarmoede. Hierdoor kunt u extra vermoeid zijn. Soms kan een bloedtransfusie noodzakelijk zijn.
In het algemeen heeft het gebruik van extra vitaminen en/of ijzertabletten geen invloed op het herstel van het beenmerg.

Invloed op de menstruatie

Dit wisselt van ‘een keer overslaan’ tot het wegblijven van de menstruatie en kan gepaard gaan met overgangsklachten. Na het beëindigen van de behandeling kan de menstruatie terugkomen.

Invloed op de vruchtbaarheid

Van cisplatin is bekend dat het weinig invloed heeft op de vruchtbaarheid, indien gewenst kan voor de zekerheid sperma worden ingevroren. Overleg dit met uw behandelend arts, dit moet gebeuren voordat de behandeling start.

Invloed op de seksualiteit

Ook tijdens de behandeling blijft geslachtsgemeenschap mogelijk.
Door de bijwerkingen van de cytostatica kan de zin in vrijen verminderd zijn. De behoefte aan tederheid en knuffelen kan juist toenemen.
Door de cisplatin kan de vagina droger worden. U kunt bij het vrijen een glijmiddel of crème gebruiken.
Tijdens een behandeling met cytostatica is een goede vorm van anticonceptie noodzakelijk, omdat er onvoldoende bekend is wat betreft de invloed van cisplatin op de ongeboren vrucht.
Aarzel niet problemen op dit gebied te bespreken met uw arts of verpleegkundige.

Meer informatie kunt u lezen in de brochure “Kanker en seksualiteit” van KWF Kankerbestrijding.

Invloed op het gehoor en de zenuwen

Door de cisplatin en bestraling kan het gehoor permanent beschadigd worden. De ernst van het gehoorverlies wisselt zeer sterk. Regelmatig zal er een gehoortest worden verricht.
Perifere gevoelszenuwen kunnen soms tijdelijk of permanent beschadigd worden waardoor tintelingen en gevoelsvermindering kunnen ontstaan. Bespreek deze klachten steeds met uw arts.

Chemotherapie in de uitscheidingsproducten

Cisplatin is vanaf de eerste toediening tot en met een week na afloop van iedere kuur aanwezig in urine, ontlasting en braaksel, de zogenaamde uitscheidingsproducten. In transpiratievocht, speeksel en sperma is de concentratie chemotherapie te verwaarlozen. Chemotherapie kan schadelijk zijn voor de gezondheid van personen, die hiermee niet behandeld worden.

De volgende richtlijnen zorgen dat de personen in uw omgeving geen risico lopen

  • Na toiletbezoek, handen goed wassen.
  • Na gebruik van het toilet, deze tweemaal doorspoelen met een gesloten deksel.
  • Mannen krijgen het advies zittend op het toilet te urineren, om spatten te voorkomen.
  • Reinig het toilet éénmaal per dag met een schoonmaakmiddel.

Bij incontinentie

  • Draag handschoenen bij het in contact komen met incontinentie-materiaal en/of natte kleding en beddengoed.
  • Vouw bevuild incontinentiemateriaal dicht zodat de plastic buitenlaag de inhoud afsluit en doe dat samen met de handschoenen in een plastic zak.
  • Deze kunt u gewoon bij het huisvuil deponeren.
  • Wasgoed dat in aanraking is gekomen met urine, ontlasting en braaksel zo snel mogelijk en apart wassen in de wasmachine.
  • Gebruik eerst een koud spoelprogramma en vervolgens het gebruikelijke wasvoorschrift.

Verpleegkundigen op de afdeling zullen ter bescherming van zichzelf bij het aanhangen van de cisplatin, het legen van uw urinaal en een nierbekkentje of bakje met braaksel handschoenen dragen en zo nodig meer beschermmiddelen zoals een schort.

Veelgestelde vragen

Moet ik worden opgenomen in het ziekenhuis ?

Rondom de dagen dat u de chemotherapie krijgt moet u opgenomen worden.
Ook als blijkt dat u met sondevoeding moet gaan starten zult u opgenomen worden om te leren hoe de voeding zelf toe te dienen en wat te doen bij problemen.
Na de voorgeschreven duur van de opname kunt u bij uitblijven van klachten gewoon weer naar huis en verder poliklinisch bestraald worden.

Ben ik helemaal alleen tijdens de bestraling ?

De radiotherapeutisch laboranten gaan met u mee naar binnen om het bestralingstoestel in te stellen en u in de juiste positie op de tafel te leggen. Voordat de bestraling begint verlaten zij de kamer, via een televisiescherm kunnen zij u zien. In de kamer is een intercom zodat u met de radiotherapeutisch laborant kan praten. Eventueel kunt u tijdens de bestraling naar muziek luisteren, als u dat wilt kunt u daarvoor een CD meenemen. Nadat uw bestralingstijd is afgelopen komen de radiotherapeutisch laboranten u weer halen. U kunt altijd iemand meenemen die tijdens het instellen van de apparatuur bij u kan zijn. Hij of zij verlaat tijdens de bestraling de kamer.

Word ik radioactief van de bestraling ?

Nee, u bent niet radioactief tijdens of na de bestraling.
Is de bestraling besmettelijk ? Nee, de bestraling is niet besmettelijk.
Doet de bestraling pijn ? Nee, van de bestraling zelf voelt u niets, het apparaat maakt een zoemend geluid.

Kan ik een overdosis straling krijgen ?

Nee, de voor u berekende bestralingsdosis wordt altijd nagerekend door meerdere personen. De toestellen worden regelmatig door deskundige mensen gecontroleerd. Als de voor u bepaalde bestralingstijd is afgelopen, slaat het toestel automatisch af.

Heeft radiotherapie invloed op mijn dagelijks leven ?

Afhankelijk van uw algemene conditie, de intensiteit van de bestraling en de eventuele bijwerkingen die op kunnen treden zal de behandeling invloed hebben op uw dagelijks leven. Ook de regelmatige bezoeken aan de afdeling radiotherapie zullen van invloed zijn op uw dagritme. U voelt zelf het best wat u wel en niet kunt doen.