RADPLAT (Chemoradiatie)

Waarom deze behandelwijzer

Uw medisch specialist heeft met u besproken dat u een behandeling gaat krijgen die bestaat uit een combinatie van radiotherapie met chemotherapie. In dit ziekenhuis wordt dat de Radplat behandeling genoemd, waarbij ”rad” staat voor radiotherapie en “plat” voor Cisplatin. Cisplatin is het medicijn dat u als chemotherapie krijgt toegediend om kankercellen te vernietigen.

Het doel van deze schriftelijke informatie is om u en uw naasten te informeren over de behandeling, het verloop van de opnames en het ontslag. Wij verzoeken u deze schriftelijke informatie goed door te lezen voorafgaand aan uw afspraak met de verpleegkundige en uw eventuele vragen te noteren.

Multidisciplinaire zorg en ondersteuning

Voor een optimale zorg is het noodzakelijk u tijdens de behandeling te ondersteunen met de hulp van verschillende disciplines. Binnen het Antoni van Leeuwenhoek kunt u beroep doen op een team van medisch specialisten en andere professionele hulpverleners.

Radiotherapeut

Uw behandelend specialist zal u in een behandelgesprek uitgebreid informeren en voorbereiden op de bestralingsbehandeling. Tijdens dit gesprek kunt u ook uw vragen stellen. Veel patiënten ervaren alle informatie als overweldigend. Daarom raden wij u aan iemand mee te nemen die u steunt en met u meeluistert. Tijdens de behandeling ziet u elke week de radiotherapeut. Hij/zij kijkt hoe u de behandeling verdraagt en zal eventuele klachten behandelen.

Medisch-oncoloog (internist)

De internist geeft u uitleg over de werking van chemotherapie en bespreekt met u de bijwerkingen van Cisplatin. Tijdens de behandeling ziet u de internist voorafgaand aan elke behandeling met Cisplatin. Hij/ zij berekent de hoeveelheid Cisplatin en beoordeelt uw bloeduitslagen.

Hoofd-halschirurg

Gedurende de behandeling heeft u beperkt contact met de hoofd-halschirurg aangezien de radiotherapeut voor deze behandeling de hoofdbehandelaar is. De hoofd-halschirurg ziet u alleen kort tijdens elke behandeling met Cisplatin.

Poliverpleegkundige hoofd-halsoncologie

De poliverpleegkundige is een verpleegkundige van de afdeling Hoofd-halsoncologie. Zij is een vast aanspreekpunt voor al uw vragen en problemen ten aanzien van uw ziekte en behandeling. Zij neemt waar nodig contact op met uw medisch specialist of andere hulpverleners. Na het behandelgesprek met de arts ziet u de poliverpleegkundige. Zij heeft een kennismakingsgesprek met u, maar zal ook opnieuw stilstaan bij het behandelplan, de praktische aspecten en de gevolgen van de behandeling. Ook bereidt zij u voor op de opname in het ziekenhuis.

Verpleegkundige

Gedurende uw verblijf op de verpleegetage coördineert de verpleegkundige de zorg en biedt u ondersteuning en begeleiding.

Logopediste

U komt voor de start van de Radplat behandeling bij de logopediste voor een gehoortest, ook wel audiogram genoemd. De gehoortest wordt uitgevoerd, omdat bekend is dat Cisplatin het gehoor kan verminderen. De gehoortest wordt zowel voor als na de behandeling verricht en indien nodig tijdens de behandeling. De logopediste zal ook een slikvideo maken en u begeleiden bij eventuele slikklachten en/of problemen met het spreken.

Diëtiste

Voeding levert een positieve bijdrage aan de algehele conditie en bevordert uw herstel. Het is van belang tijdens de Radplat behandeling een goede voedingstoestand te behouden. De diëtiste zal u hierbij ondersteunen. Tijdens de behandeling kunt u klachten krijgen die het eten moeilijker maken. U kunt bijvoorbeeld pijn in de keel krijgen, waardoor het slikken lastig wordt. De diëtiste zal u passend advies geven, zodat u zo aangenaam en goed mogelijk kunt blijven eten. Tijdens de behandeling heeft u regelmatig een afspraak met de diëtiste, maar ook na afloop van de behandeling vervolgt zij u poliklinisch. U kunt ook altijd zelf contact opnemen met de diëtiste tijdens het telefonisch spreekuur (zie ook kopje Meer informatie).

Tandarts/mondhygiëniste

U krijgt voorafgaand aan de behandeling een afspraak bij de tandarts van het ziekenhuis. De tandarts zal uw gebit inspecteren en voorlichting geven. Vaak is het maken van fluoride- mondkapjes nodig, die u tijdens en na de bestraling dient te gebruiken.
Daarnaast wordt een foto gemaakt van de kaken om eventuele problemen te kunnen signaleren. Ontstoken tanden/kiezen en wortelresten dienen behandeld te worden voor de Radplat behandeling van start kan gaan.
Indien u een gebitsprothese heeft, is het soms nodig om na de behandeling een nieuwe gebitsprothese te maken, omdat de oude niet meer past. Tijdens de periode van de bestraling bezoekt u een keer in de week de mondhygiëniste op de afdeling Radiotherapie. Zij inspecteert uw mond en gebit en geeft advies over de mondverzorging en bij klachten.

Tijdens of na de behandeling met chemotherapie en radiotherapie mag u nooit uw tanden of kiezen laten trekken zonder dat u dit met uw radiotherapeut of tandarts van het Antoni van Leeuwenhoek heeft besproken. In veel gevallen zal het geven van antibiotica vooraf noodzakelijk zijn. Vermeld bij een bezoek aan uw eigen tandarts of huisarts altijd dat u behandeld bent of wordt met chemotherapie en radiotherapie.

Na de Radplat behandeling is het raadzaam, vooral in de eerste periode, regelmatig uw tandarts en mondhygiëniste te bezoeken. De Radplat behandeling kan ook op lange termijn mondproblemen veroorzaken.

De Stoppen met Roken poli

Het merendeel van de tumoren in het hoofd-halsgebied is het gevolg van langdurige frequente irritatie van de slijmvliezen door alcohol en tabaksrook. Door direct en definitief te stoppen met alcohol en tabak vergroten veel patiënten met hoofd-halstumoren zelf hun kans op genezing. Stoppen met roken en het drinken van alcohol verkleint namelijk de kans op terugkeer van de tumor op dezelfde plek of het ontstaan van een nieuwe tumor elders in de mond of keel.

Het voorkomen van het opnieuw ontstaan van tumoren is belangrijk, omdat deze vaak moeilijker te behandelen zijn. Het verslavende effect van alcohol en nicotine kan het stoppen moeilijk maken. De Stoppen met Roken poli van het Antoni van Leeuwenhoek kan u daarbij ondersteunen. Zij bieden u een gespecialiseerd begeleidingstraject, waarbij de nadruk op gewoonteverandering ligt. Vraag uw arts of verpleegkundige om meer informatie. Wilt u hulp hebben in verband met uw alcoholgebruik, dan kunt u zich het beste wenden tot uw huisarts.

Centrum voor Kwaliteit van Leven

Het krijgen van kanker en het ondergaan van een behandeling zijn ingrijpende gebeurtenissen. Niet alleen lichamelijk, maar ook emotioneel krijgt u veel te verwerken. De maatschappelijk werkers van het Antoni van Leeuwenhoek hebben hier veel ervaring mee en weten veel over het omgaan met kanker. Zij helpen u bij het zoeken naar antwoorden op uw vragen. Zij geven u inzicht en handvatten voor het omgaan met uw nieuwe situatie.

De maatschappelijk werkers bieden persoonlijke begeleiding bij verwerkingsprocessen, het omgaan met de ziekte en behandeling en de beperkingen die dat met zich mee kan brengen en de herstelperiode na de behandeling. Tevens bemiddelen en adviseren zij bij verwijzing naar andere instanties buiten het ziekenhuis en bieden materiële hulpverlening, gerelateerd aan ziekte en behandeling.

Huisarts

Uw huisarts wordt op de hoogte gehouden van uw behandeling. Voor vragen, maar ook bij dringende problemen kunt u uw huisarts bellen. Uw huisarts kan bij problemen altijd overleggen met de behandelend arts van het Antoni van Leeuwenhoek.

Hoe werkt chemotherapie en radiotherapie?

Hoe werkt chemotherapie?

Chemotherapie is de behandeling van kanker met speciale medicijnen, zogenoemde cytostatica, die de celdeling remmen. Het cytostaticum dat u krijgt, heet Cisplatin. Cisplatin grijpt in op het ontwikkelingsproces van kankercellen en remt de celdeling. Hierdoor worden kankercellen vernietigd. Bij uw behandeling wordt Cisplatin via een infuus in een bloedvat in de arm toegediend (intraveneus). Via het bloed wordt het medicijn door het hele lichaam verspreid en kan het kankercellen vrijwel overal in het lichaam bereiken.

Hoe werkt radiotherapie?

Bij radiotherapie wordt gebruikgemaakt van straling. De straling beschadigt het erfelijk materiaal (DNA). Kankercellen zijn extra gevoelig voor bestraling en zullen het vermogen om te delen verliezen en gaan dood. In het algemeen kunnen kankercellen minder goed herstellen van bestraling dan gezonde cellen. Radiotherapie is een plaatselijke behandeling en heeft daarom alleen effect in het gebied dat door de straling(bundels) wordt getroffen.

Bij de Radplat behandeling wordt chemotherapie gecombineerd met radiotherapie. Chemotherapie versterkt de werking van bestraling. Dit geldt echter ook voor de bijwerkingen. Deze behandeling is daarom vrij belastend. De behandeling is genezend van opzet. Dit betekent dat de kanker in zijn geheel vernietigd kan worden.

Het behandelschema

De behandeling bestaat uit zes of zeven weken radiotherapie. De bestraling vindt elke dag plaats van maandag tot en met vrijdag. Afhankelijk van het aantal weken bestralen wordt het aantal chemokuren bepaald. Deze kuren zullen om de drie weken worden gegeven.

Voor de chemotherapie wordt u op vrijdag verwacht op de verpleegafdeling, waar u zowel met de internist, afdelingsarts en de verpleegkundige een opnamegesprek heeft. Die dag wordt ook bloed afgenomen. U kunt diezelfde dag weer naar huis, mits de uitslag van het bloed goed is. Zondagavond komt u om 20.00 uur terug op de afdeling. Een verpleegkundige brengt een infuus in, waarna u start met het voorspoelen van 2 liter vocht. Op maandag wordt in vier uur tijd Cisplatin toegediend. Na de toediening van Cisplatin spoelt u tot woensdagochtend na met in totaal 7 liter vocht. Dit is noodzakelijk om de nieren te beschermen tegen de schadelijke werking van Cisplatin. Als u op woensdag voldoende hersteld bent en de bloedwaarden goed zijn, mag u het ziekenhuis verlaten. Belangrijk is dat u in staat bent om naast uw voeding minimaal twee liter vocht per dag tot u te nemen.

Bij drukte op de afdeling kan het gebeuren dat u op maandag wordt opgenomen. U krijgt dan dinsdag de kuur en kunt donderdag weer naar huis.

Zie ook het behandelschema in bijlage 2.

Bijwerkingen van Cisplatin met radiotherapie

Door de chemotherapie en radiotherapie kunnen bijwerkingen optreden. Sommige mensen hebben veel last van bijwerkingen, anderen merken er minder van. Het is moeilijk te voorspellen hoeveel klachten u zult ervaren. Het optreden van bijwerkingen en de mate waarin, zegt niets over het effect van de behandeling op de ziekte. Wij geven u onderstaande informatie, zodat u bij eventuele bijwerkingen weet hoe u er het beste mee om kunt gaan. De volgende bijwerkingen of veranderingen kunnen optreden:

A. misselijkheid en braken;
B. mondslijmvliesklachten;
C. voedingsproblemen en ongewenst gewichtsverlies;
D. slikproblemen en heesheid;
E. pijnklachten;
F. vermoeidheid/verminderde energie;
G. dun of uitvallend haar;
H. huidreacties;
I. verandering van het ontlastingspatroon;
J. invloed op de werking van het beenmerg;
K.  invloed op het gehoor;
L. invloed op het zenuwstelsel;
M. invloed op de menstruatie;
N. invloed op seksualiteit.

Uitgebreide informatie over bovenstaande bijwerkingen en hoe u deze kunt verminderen vindt u in bijlage 1.

Aandachtspunten tijdens de behandeling

Voedselinname gedurende de behandeling

Het is belangrijk dat u minimaal 2 liter vocht op een dag gebruikt om de extra afvalstoffen uit het lichaam te verwijderen. Dit is ongeveer twaalf kopjes of tien bekers. Probeer niet alleen water te drinken, maar wissel dit af met bijvoorbeeld bouillon, limonade, melkproducten, vruchtensap of groentesap. Hiermee kunt u eventuele tekorten aan voedingszouten (mineralen) die tijdens de kuur zijn ontstaan, weer aanvullen. Weet dat te weinig drinken een misselijk gevoel kan verergeren en bijdragen aan een vieze smaak in de mond.

  • Eet of neem drinkvoeding op tijdstippen dat u zich beter voelt, eventueel ‘s nachts.
  • Gebruik regelmatig kleinere maaltijden. Een lege maag kan ook een misselijk gevoel geven.
  • Vermijd geuren die misselijkheid bij u oproepen.
  • Warme gerechten kunnen tegenstaan. Een alternatief is een koude maaltijdsalade.
  • Laat uw maag weer langzaam wennen aan vast voedsel als u heeft overgegeven. Neem bijvoorbeeld een biscuitje of een kleine portie sondevoeding.

Wanneer het eten zo moeilijk gaat dat u onvoldoende vocht en voeding tot u kunt nemen, kan een sonde (een slangetje in de maag) geplaatst worden. Via deze sonde kunt u sondevoeding, vocht en medicijnen tot u nemen. Voor meer informatie, zie bijlage 1, punt C.

Specifieke maatregelen

Indien u Platina (Cisplatin) of Irinotecan toegediend krijgt wordt u geadviseerd om vanaf 24 uur voor toediening tot 24 uur na beëindiging van deze chemotherapie geen vette vis (haring, bokking, makreel, zalm, sardientjes en ansjovis), visoliesupplementen of producten die verrijkt zijn met omega-3-vetzuren te gebruiken.
Deze producten zorgen voor een hoog gehalte aan bepaalde vetzuren in uw bloed en zou ervoor kunnen zorgen dat de chemotherapie minder werkzaam is.
Het volledig voedingsadvies is te lezen op de website van ‘Voeding en kanker info’ (www.voedingenkankerinfo.nl). Gebruik de zoekterm ‘vette vis’ om de informatie te vinden.

Mondverzorging tijdens de behandeling

Mondverzorging voor patiënten met een eigen gebit

Doel van mondzorg bij chemotherapie en radiotherapie:

  • Vochtig houden van de mond.
  • Schoon houden van de mond.
  • Voorkomen van slijmvliesbeschadigingen.
  • Ga indien mogelijk voor de start van de kuren naar de tandarts om uw gebit na te laten kijken.
  • Overleg eventueel met de mondhygiëniste over het reinigen van de ruimten tussen uw tanden en kiezen.
  • Vertel bij elk bezoek aan de tandarts dat u behandeld wordt/bent met chemotherapie.
1 keer daags
  • Bekijk en inspecteer uw mond op:
    – pijn in de mond
    – snel bloedend tandvlees
    – roodheid, zwelling of witte plekjes (zweertjes)
    – verdikt en taai speeksel
  • Flos alleen als u gewend bent dit te doen en het kan uitvoeren zonder het tandvlees te beschadigen
2 tot 4 keer daags
  • Poets uw tanden na elke maaltijd met een zachte (elektrische) tandenborstel en gebruik een fluoridetandpasta. Plaats de borstel zo, dat de overgang van tand naar tandvlees goed wordt gepoetst. Druk de borstel niet te hard op tand en tandvlees.
Na elke poetsbeurt
  • Spoel uw tandenborstel na gebruik grondig af met stromend water en bewaar de tandborstel in een beker met de borstelkop naar boven gericht. Vervang uw tandenborstel elke maand, tenzij u een ander advies gekregen heeft.
4 tot 6 keer daags
  • Spoel uw mond krachtig met zout water. Spoel altijd na elke maaltijd of elk tussendoortje en meteen na braken. Als u ‘s nachts wakker wordt, spoel dan ook uw mond. Spoel na met water om een zoute nasmaak te voorkomen.
4 keer daags
  • Smeer uw lippen royaal in met vaseline. Gebruik vaseline die door u alleen voor uw lippen gebruikt wordt.
1 keer daags, bij voorkeur ‘s avonds
  • Doe weinig fluoridegelei in het kapje en verdeel dit gelijkmatig in een dunne filmlaag met behulp van een wattenstokje. Plaats het kapje over het gebit en verwijder overtollig gelei met een wattenstokje of een gaasje. Laat het kapje gedurende vijf minuten in de mond. Verwijder na vijf minuten het kapje en spuug de gelei uit. Gedurende een half uur niet naspoelen, eten of drinken. Als u gelei inslikt, dan levert dit geen gevaar op voor uw gezondheid. Spoel het kapje schoon met lauw/koud water en droog het af
Zo nodig
  • Als u witte aanslag op uw tong hebt, poets dan uw tong met een zachte tandenborstel en schoon water of met een tongschraper.
Bereiding zout water
  • Zout water maakt u thuis door een liter water te koken. Voeg een afgestreken eetlepel keukenzout toe en laat het zoute mengsel afkoelen. Ververs het dagelijks.
Bij droge mond
  • Drink veel water of spray de mondholte regelmatig vochtig met een verstuiver, gevuld met water.
  • Kauw of zuig op suikervrije kauwgom, zuurtjes of ijsklontjes.
  • Smeer, als u last heeft van een droge mond, de mondholte in met een speekselvervanger in gelvorm (oral balance/biotene of bio-x-tra). Deze zijn te koop bij apotheek of drogist.
Vermijd beschadigingen mondslijmvlies
  • Gebruik liever geen alcohol, nicotine of alcoholbevattende mondspoelmiddelen.
  • Vermijd hete, gekruide, harde, scherpe of zure voeding
Na behandeling
  • U mag alleen op advies van de tandarts de fluoride behandelingen stoppen of afbouwen. Voor een herhalingsrecept fluoridegelei kunt u langskomen op de polikliniek van de tandarts/mondhygiëniste.

 

Pijnmedicatie

Door de bestraling kunnen er pijnklachten ontstaan in het bestraalde gebied, aan alle weefsels die bestraald worden. Deze pijnklachten kunnen eten, drinken en slikken bemoeilijken. Door te veel pijn te verdragen kunt u lichamelijk en psychisch uitgeput raken, en gaat uw conditie achteruit. Om de hele periode van behandeling goed te kunnen doorstaan is goede pijnmedicatie van essentieel belang. U kunt met goed pijnmedicatie beter eten en drinken. Ook kunt u lichamelijk actiever blijven waardoor u langer in een goede conditie blijft.

Als u pijn heeft, is het belangrijk dat u dit aangeeft aan uw arts en verpleegkundige. De pijnmedicatie kan dan op tijd aangepast worden op geleide van uw pijnklachten.
Door pijnmedicatie op vaste tijden te gebruiken, wordt er in uw bloed een spiegel van de werkzame stof opgebouwd. Hierdoor is pijnmedicatie effectiever. Zie ook bijlage 1.

Cisplatin in de uitscheidingsproducten

Resten van Cisplatin blijven tot zeven dagen na de kuur in het lichaam aanwezig. Binnen deze week worden ze in het lichaam afgebroken en in geringe hoeveelheden afgevoerd via de uitscheidingsproducten: urine, ontlasting, wondvocht, transpiratie, speeksel en braaksel.

Uit onderzoek blijkt dat cytostatica schadelijk kunnen zijn voor gezonde mensen. Vooral verpleegkundigen, die hier tijdens hun werk veel mee in aanraking komen, lopen een risico. Mogelijk heeft u al gemerkt dat zij hiervoor extra beschermende maatregelen nemen, zoals het dragen van handschoenen. Omdat u thuis slechts korte tijd in aanraking komt met cytostatica, zijn de risico’s voor u en uw naasten heel klein. Toch vinden wij het belangrijk om u op een aantal zaken te wijzen.

Wegwerphandschoenen

Bij contact met urine, ontlasting en braaksel adviseren wij u wegwerphandschoenen te dragen. Dit geldt ook voor schoonmaakwerkzaamheden rond uitscheidingsproducten en contact met wasgoed.
Toilet en was-/badgelegenheid kunt u tenminste een keer per week en na braken schoonmaken met een gewone zeepoplossing (allesreiniger). Als de vloer of de vloerbedekking bevuild is met braaksel, urine of andere lichaamsvloeistoffen kunt u deze schoonmaken met een gewone zeepoplossing. De wc-borstel kunt u een keer per week reinigen in een sopje met een gewone zeepoplossing.

Wasgoed

Wasgoed dat in aanraking is gekomen met urine, ontlasting, braaksel of ernstige transpiratie behandelt u als volgt: verzamel het wasgoed in een aparte, goed afsluitbare plastic zak. Gebruik eerst een koud spoelprogramma met alleen de zichtbaar “besmette” kleding of beddengoed, dus geen ander wasgoed toevoegen. Daarna een wasprogramma (inclusief een voorwas) dat u gewend bent. Hierbij mag u ander wasgoed toevoegen.

Urine en ontlasting

Ook mannen moeten zittend urineren. Dit veroorzaakt minder spatten. Spoel het toilet na gebruik tweemaal door met gesloten deksel. Verwijder eventuele druppels op de bril, deppend en met droog toiletpapier. Was de handen na toiletgebruik. Alle uitscheidingsproducten kunnen via het riool worden afgevoerd.

Braaksel

De maatregelen bij het omgaan met braaksel zijn hetzelfde als bij ontlasting en urine. Leg een handdoek of wegwerponderlegger op uw kussen als u misselijk bent of denkt te zullen braken. Braaksel mag u weggooien in het toilet. Verwijder eventuele druppels op de bril, deppend en met droog toiletpapier. Spoel het toilet na gebruik tweemaal door met het deksel dicht. Maak bij braken, indien mogelijk, gebruik van het toilet. Als dit niet mogelijk is, gebruik dan zoveel mogelijk wegwerpmateriaal. Denk hierbij aan een plastic draagtas in een emmer. Gooi de draagtas wel direct na gebruik weg in een aparte, dubbele plastic vuilniszak om lekkage te voorkomen. Was de handen na het braken en/of het opruimen van het braaksel.

Afval

Afvalmaterialen zoals bijvoorbeeld luiers, incontinentiemateriaal, zakdoekjes, bakjes met braaksel of stomamateriaal kunt u verzamelen in een plastic zak. Doe daar nog een extra plastic zak omheen om het risico op lekken te voorkomen. Gooi het vervolgens weg met het huisval.

Overige gebruikte materialen

Voor gebruik van bestek, serviesgoed en andere gebruiksartikelen hoeft u geen speciale maatregelen te nemen.

Lichamelijk contact/seksualiteit

Veel vragen gaan over intiem contact, zoals het knuffelen of het geven van een zoen. Zover men weet, leidt dit niet tot schadelijke effecten. U hoeft intimiteit en lichamelijk contact niet te mijden. Het is niet bekend of, en in welke mate, cytostatica opgenomen worden in het sperma of het slijmvlies van de vagina. Gebruik daarom, gedurende de risicoperiode, bij het vrijen altijd een condoom.

Voorkomen van zwangerschap

Cytostatica kunnen aangeboren afwijkingen veroorzaken. Het is daarom raadzaam voor zowel vrouwelijke als mannelijke patiënten tijdens en na de behandeling met chemotherapie zwangerschap te voorkomen door anticonceptie te gebruiken. Bespreek de anticonceptie- maatregelen en hoelang deze toegepast moeten worden met uw behandelend arts. Over het algemeen is het advies minstens een periode van een half jaar aan te houden. Indien er een vermoeden van zwangerschap is, breng dan direct uw arts op de hoogte.

Tot slot

Het is belangrijk uw familie en betrokken hulpverleners van de thuiszorgorganisatie en anderen, te melden dat u behandeld wordt met cytostatica en hen op de hoogte te stellen van de hierboven besproken maatregelen. Met het opvolgen van deze maatregelen kunt u de risico’s tot een minimum beperken en hoeft u zich niet nodeloos ongerust te maken.

Na de behandeling

Als de behandeling is afgerond, blijft u nog een tijd onder controle. Na tien tot twaalf weken wordt er een CT-scan of MRI -scan gemaakt om het resultaat van de behandeling te beoordelen. Afhankelijk van deze uitslagen zullen verdere afspraken met u gemaakt worden. Controles vinden regelmatig plaats, waarbij u afwisselend bij de hoofd-halschirurg en de radiotherapeut op de polikliniek komt. De eerste periode na de behandeling zult u iedere drie maanden op controle komen, daarna zal dat minder frequent zijn. Als u zich tussentijds onzeker voelt over een bepaalde klacht of lichamelijk verschijnsel en bang bent dat de kanker is teruggekomen, neem dan contact op met uw huisarts. U kunt ook contact opnemen met het ziekenhuis en vragen naar de mogelijkheid uw poliafspraak te vervroegen.

Na het beëindigen van de behandeling kunt u nog met veel klachten kampen, als gevolg van de chemotherapie en bestraling. Houdt u rekening met een herstelperiode van zeker drie tot zes maanden.
Sommige klachten zijn tijdelijk en zullen heel geleidelijk verminderen. Andere klachten kunnen permanent zijn. Bevraag uw behandelend arts hierover, als u meer informatie wilt hebben. Naarmate u meer last heeft van een klacht, zal de impact op de kwaliteit van uw leven groter zijn. Ook na de behandeling willen wij, samen met u, proberen deze klachten te verhelpen, tot een minimum te beperken of in te passen in uw leven.

Revalidatieprogramma

Voor patiënten die een behandeling ondergaan voor een tumor in het hoofd-halsgebied is er een revalidatieprogramma opgesteld. De behandeling kan ingrijpende gevolgen hebben voor de functies die zich in het hoofd-halsgebied bevinden zoals spreken, ruiken, kauwen of slikken. Ook klachten zoals pijn,verminderde eetlust, verminderde conditie, vermoeidheid of misselijkheid kunnen een gevolg zijn van de behandeling. Deze problemen kunnen zowel lichamelijk als psychisch belastend zijn. Veel patiënten hebben tijdens en na de behandeling dan ook behoefte aan gerichte revalidatie. Zie folder “ Revalidatieprogramma voor hoofd- halskanker-patiënten”, verkrijgbaar bij het Centrum Patiënteninformatie.

Het revalidatieprogramma is erop gericht de gevolgen van de behandeling op het dagelijks functioneren te beperken en het welzijn te verbeteren. Het programma is afgestemd op uw individuele behoeften en omstandigheden. Voor de behandeling krijgt u al informatie over de revalidatie in het gesprek met de casemanager hoofd-hals revalidatie (HHR). Zij zal voor en tijdens de behandeling uw revalidatiebehoefte navragen en zo nodig een afspraak maken bij de betreffende disciplines en/of de revalidatiearts. Als u vragen heeft, kunt u bellen met de casemanager HHR.

Droge mond, smaakverlies en slikklachten

Speekselvorming kan terugkomen indien de bestralingsdosis op de speekselklieren niet te hoog  is geweest. Als dat wel het geval is, dan is de kans groot dat u de rest van uw leven een droge(re) mond houdt. De smaak komt vaak grotendeels weer terug, maar dat kan enkele maanden duren. Door een veranderde samenstelling of lagere productie van speeksel kunt u meer moeite hebben met spreken en slikken.

Vermoeidheid

Lang na de behandeling kan vermoeidheid nog een ernstig probleem zijn. Deze vermoeidheid kenmerkt zich door het plotselinge ontstaan, soms zonder aanleiding. De vermoeidheid lijkt op uitputting en de herstelperiode is langer dan normaal. Extreme vermoeidheid maakt ook dat u sneller geïrriteerd kunt raken of dat u meer moeite heeft met concentreren. Leven met weinig energie is een hele opgave. Bespreek de impact die de vermoeidheid heeft op uw dagelijks functioneren en welbevinden met de poliverpleegkundige en maatschappelijk werkster. U kunt ook vragen naar het revalidatieprogramma voor hoofd- hals patiënten of andere revalidatieprogramma’s voor kankerpatiënten.

Pijn

Ook na de behandeling kunnen pijnklachten nog aanwezig zijn. Bespreek de pijn en de impact hiervan op uw functioneren en welbevinden met uw arts en verpleegkundige. Bouw pijnmedicatie af op geleide van klachten en in overleg met uw arts of verpleegkundige.

Werkhervatting

Kanker wordt als een chronische ziekte gezien. Aan de ziekte en behandeling kunt u beperkingen overhouden die gevolgen hebben voor deelname aan het arbeidsproces. Zeker na een behandeling met zowel chemotherapie als een operatie kan het moeilijk zijn de draad van het werk weer op te pakken. Het algemene advies is om een gedetailleerd plan te maken om in kleine stappen en een aangepast tempo terugkeer naar het werk mogelijk is. Dit kan in overleg met uw bedrijfsarts.

Ook kunt u in een gesprek met de maatschappelijk werkster over werkhervatting praten. Als u vragen heeft, kunt u bellen met het Centrum voor Kwaliteit van Leven (CKvL) of het Centrum Patiënteninformatie.

Seksualiteit

De behandeling kan zoveel energie gevraagd hebben, dat seksualiteit op het tweede plan is geraakt. Na de behandeling kan het tijd kosten voordat er weer seksueel contact is. De meeste mensen praten niet gemakkelijk over hun seksleven. Niettemin is het belangrijk om elkaar te vertellen waar behoefte aan is en wat mogelijk en plezierig is. Zo voorkomt u wederzijdse teleurstellingen. Schroom niet om vragen hierover te stellen aan uw arts, verpleegkundige of de maatschappelijk werkster.

Sociale contacten

Sommige familieleden of vrienden kunnen het moeilijk vinden om te gaan met iemand die kanker heeft. Vaak is dat geen kwestie van onwil, maar van onmacht. Neem zelf contact op als die mensen u dierbaar zijn. Laat weten dat u, ondanks uw ziekte, nog altijd dezelfde bent. Bij verminderde energie kan het onderhouden van sociale contacten u tegenstaan. Probeer toch samen met familieleden of vrienden oplossingen te bedenken en erover te praten. De maatschappelijk werkster van het Centrum voor Kwaliteit van Leven kan u helpen hier een goed evenwicht in te vinden.

Redenen om contact op te nemen met het ziekenhuis

U moet contact opnemen met uw specialist, via het algemene telefoonnummer van het

Antoni van Leeuwenhoek, indien u last heeft van de volgende klachten:

  • Blauwe plekken, zonder dat u bent gevallen of zich heeft gestoten.
  • Als een bloedneus of het bloeden van een wondje langer dan een half uur aanhoudt.
  • Koorts boven 38,5 graden Celsius, met of zonder koude rillingen.
  • Verminderd gevoel, verminderde kracht of tinteling in armen of benen.

Verschijnselen waarvoor u uw specialist moet waarschuwen als ze langer dan 24 uur aanhouden zijn:

  • Bij aanhoudende misselijkheid en/of braken (drie tot vier keer per dag), ondanks het gebruik van medicijnen tegen misselijkheid en/of braken.
  • Diarree (vier tot zes keer per dag en waterdun) die langer duurt dan 24 uur, mogelijk samen met misselijkheid, waardoor u niet kunt eten of drinken.
  • Langer dan vier dagen geen ontlasting.
  • Hevige menstruatie.
  • Bloed in de ontlasting of urine.
  • Verschijnselen die kunnen duiden op bloedarmoede, zoals vermoeidheid, hartkloppingen en duizeligheid.
  • Kortademigheid.
  • Pijnlijke plekjes in uw mond en moeite met slikken, waardoor u niet kunt eten of drinken.
  • Een pijnlijk, brandend gevoel bij het plassen.
  • Tintelingen of een verdoofd gevoel in uw vingertoppen en/of tenen.
  • Elk nieuw verschijnsel waarvan u vermoedt dat het in verband staat met uw behandeling.

Meer informatie

De zorgverleners en afdelingen van het Antoni van Leeuwenhoek zijn telefonisch bereikbaar via het algemene telefoonnummer van het ziekenhuis 020-5129111.
Buiten kantooruren kunt u vragen naar het Weekend-, Avond-, of Nachthoofd.
Indien u contact opneemt met het ziekenhuis houdt u dan uw patiëntengegevens bij de hand.

Zorgverlener en afdeling Bereikbaarheid (via 020-5129111)
Algemeen telefoonnummer
Antoni van Leeuwenhoek
24 uur per dag
Afdeling Planning Polikliniek Ma t/m vrij van 08.00 – 17.00 uur
Verpleegkundige poli hoofd-hals
telefonisch spreekuur
Ma t/m vrij van 10.00 – 10.30 uur
en 13.30 – 14.00 uur
Diëtisten afspraak op de polikliniek/
terugbelafspraak
Via afdeling Planning Polikliniek
Logopedisten Ma t/m vrij van 09.00 – 17.00 uur
Tandarts Ma t/m vrij van 09.00 – 17.00 uur
Mondhygiëniste Ma t/m vrij van 09.00 – 17.00 uur
Stoppen met roken poli Via afdeling Planning Polikliniek
Case-manager hoofd-hals revalidatie Di, do en vrij van 08.30 tot 17.00 uur
Centrum voor Kwaliteit van Leven Ma t/m vrij van 08.00 – 17.00 uur
Centrum Patiënten Informatie Ma t/m vrij van 09.00 – 17.00 uur

Betrouwbare informatie op internet:

Bijlage 1: Bijwerkingen

A. Misselijkheid en braken

Een van de bijwerkingen van chemotherapie kan misselijkheid zijn. De ernst en duur van de misselijkheid hangt af van de soort en dosis chemotherapie die u krijgt. De gevoeligheid voor deze bijwerking varieert van persoon tot persoon: de een is sneller misselijk dan de ander. Misselijkheid is beter te voorkomen dan te behandelen. U krijgt daarom op voorhand middelen om misselijkheid en braken tegen te gaan.

Kytril (= Granisetron)

Kytril is het beste middel tegen misselijkheid wat optreedt vlak na de toediening van Cisplatin. U kunt daarom ongeveer één uur voor de toediening van de chemotherapie 1 mg. Kytril innemen. Kytril tabletten werken ongeveer twaalf uur. Zonodig kunt u ’s avonds bij misselijkheid of braken nogmaals 1 mg. Kytril innemen.
Als u ondanks de Kytril misselijk blijft of braakt, is het belangrijk om dit met uw arts of verpleegkundige te bespreken. Zij zullen u dan een ander medicijn kunnen voorschrijven.

De voornaamste bijwerking van Kytril is hoofdpijn en obstipatie (ontlasting die hard is en te weinig frequent komt). De hoofdpijn kan eventueel verminderd worden door Paracetamol. Tegen de obstipatie kunt u een middel gebruiken dat Magnesiumoxide heet. Afhankelijk van de ernst van de obstipatie kunt u hiervan een tot twee maal per dag twee tabletten gebruiken. U kunt met dit middel (tijdelijk) stoppen als de ontlasting weer normaal is of als u diarree krijgt.

Dexamethason

Dexamethason wordt gedurende drie dagen via het infuus gegeven. De start is op de ochtend voor de toediening van Cisplatin. Dexamethason versterkt de werking van Kytril.

Emend (= Aprepitant)

Emend wordt tegelijk met Kytril en Dexamethason gegeven om misselijkheid en braken te voorkomen. Het gaat hierbij om de vroege misselijkheid (tijdens of direct na toediening Cisplatin) en ook de late misselijkheid vier tot zeven dagen na toediening van Cisplatin.
U start met één tablet Emend van 125 milligram op de ochtend voor de toediening van Cisplatin. Op dag 2 en 3 krijgt u nog een tablet van 80 mg.om 8.00 uur ’s ochtends. Daarna stopt u met Emend.
De belangrijkste bijwerkingen zijn duizeligheid, hoofdpijn, de hik en boeren.

Primperan (= Metocloperamide)

Als de misselijkheid pas een paar dagen na de chemotherapie op komt zetten, kunt u Primperan gebruiken. Primperan is zowel in tabletvorm als in zetpilvorm te verkrijgen. Als u zo misselijk bent dat u tabletten niet binnenhoudt, dan kunt u het beste voor de zetpillen kiezen. U mag viermaal per dag een zetpil van 20 mg. hebben. Als u wel in staat bent een tablet in te nemen, kunt u de Primperan tabletten van 10 mg. gebruiken, tot vier maal per dag één tablet.
Als u zich steeds misselijk voelt of als de misselijkheid regelmatig terug komt, is het verstandig de Primperan op vaste tijden in te nemen (8 uur-12 uur-18 uur-22 uur). U kunt er mee stoppen als de misselijkheid over is.
Primperan kan ook helpen hevige hik te dempen.
De voornaamste bijwerkingen van Primperan zijn het optreden van onrustige bewegingen en krampen. Als u hier last van heeft, moet u geen Primperan meer innemen en contact opnemen met uw arts.

Als u ondanks deze medicijnen misselijk blijft

Als deze medicijnen tegen misselijkheid en braken geen of onvoldoende resultaat hebben, dan wordt u verzocht contact op te nemen met het ziekenhuis. U kunt bellen naar de verpleegkundige poli hoofd-halsoncologie of naar uw arts. Het is belangrijk dat de misselijkheid onder controle blijft, zodat u voldoende kunt eten en drinken. Vertel het de verpleegkundige en arts bij een volgende opname voor de chemokuur als u thuis last heeft gehad van misselijkheid en/of braken. Wij passen dan het medicatiebeleid aan.

B. Mondslijmvliesklachten

Als gevolg van cytostatica en radiotherapie in het hoofd-halsgebied op de snel delende cellen van het mondslijmvlies, kunnen daar beschadigingen optreden. Problemen in de mond en de keel kunnen zich voordoen bij de tanden, het tandvlees, het zachte en harde gehemelte, het wangslijmvlies, de tong, de lippen en het speeksel. Een goede mondverzorging is een vereiste bij behandeling van chemotherapie en radiotherapie. Het doel van de mondverzorging is het zo lang mogelijk uitstellen en/of voorkomen van beschadigingen aan het mondslijmvlies.
Volg de adviezen zoals hierboven vermeld over mondverzorging nauwlettend.

Het is van belang dat u zich realiseert dat klachten in de mond serieus genomen moeten worden.

  • Problemen in de mond kunnen pijnlijk zijn en het eten, praten en slikken bemoeilijken.
  • U loopt een groter risico op een infectie van de mond.
  • Als de mondproblemen te hevig zijn, kan de behandeling vertraging oplopen of worden gestopt.

Welke mondproblemen kunnen veroorzaakt worden door chemotherapie?

U kunt verschillende klachten krijgen in de mond door chemotherapie. Het optreden van klachten en de mate van ongemak kan echter per persoon verschillen. Dit hangt af van het soort medicijn dat u krijgt en hoe uw lichaam hierop zal reageren. Sommige problemen zijn alleen aanwezig tijdens de behandeling, anderen zijn tot een korte periode na de behandeling nog aanwezig:

  • droge mond;
  • smaakverlies;
  • gevoelige of pijnlijke mond;
  • infecties;
  • snel bloedend tandvlees.

U kunt de meeste van deze bijwerkingen zelf zien of voelen. Bekijk en inspecteer daarom dagelijks uw mond, zodat u tijdig uw klachten kunt aangeven aan arts of verpleegkundige.

Welke klachten moet ik doorgeven?

  • smaakverlies;
  • pijn in de mond;
  • snel bloedend tandvlees;
  • veranderingen van het mondslijmvlies: roodheid, zwelling, witte plekjes (zweertjes), wit beslag;
  • verdikt en taai speeksel.

Welke mondproblemen kunnen veroorzaakt worden door radiotherapie?

Het mondslijmvlies en het slijmvlies van de bovenste luchtwegen kunnen geïrriteerd raken door radiotherapie. Hierdoor kunt u last krijgen van overmatig slijmproductie.
Voeding is nooit de oorzaak van extra slijmvorming. Zoete melkproducten laten een plakkerig gevoel in de mond achter. Dit wordt als slijmerig ervaren, maar er wordt niet daadwerkelijk meer slijm geproduceerd.

  • Spoel de mond met zout water, (koolzuurhoudend) mineraalwater, water met citroensap of oudbruin bier.
  • Zuig op ijsblokjes of drink frequent slokjes ijswater.
  • Zure melkproducten zoals karnemelk en (drink) yoghurt geven een minder plakkerig gevoel.
  • Sojaprodukten (sojamelk en –toetjes) kunnen melkproducten vervangen.
  • Probeer fris-zure producten als ananas, augurk, komkommer, zilveruitjes, appel en tomaat.

C. Voedingsproblemen en ongewenst gewichtsverlies

Door de behandeling krijgt u problemen met eten en drinken, of kunnen al bestaande problemen verergeren. De diëtiste zal u advies geven zodat u zo lang en goed mogelijk kunt blijven eten. Zij schrijft eventueel drinkvoeding voor. Bij ernstige slikproblemen of bij een te grote gewichtsafname moet gestart worden met sondevoeding. U krijgt dan een neus- maagsonde of een gastrostomiekatheter (PRG-katheter).
Een gastrostomiekatheter is een sonde die via de buikwand rechtstreeks in de maag wordt geplaatst. Deze ingreep wordt op de afdeling radiologie gedaan, onder plaatselijke verdoving. U zult hiervoor opgenomen worden op een verpleegafdeling voor drie of vier dagen.

Na het plaatsen van een neus-maagsonde of PRG-katheter het opstarten van de sondevoeding, geeft de verpleegkundige u instructies over de zorg rond de sonde of PRG- katheter en sondevoeding. Ook kan medicatie door de sonde of PRG-katheter toegediend worden. Als u hier zelfstandig mee kunt omgaan, kunt u weer naar huis. Eventueel kan uw partner of thuiszorg ingeschakeld worden om u te ondersteunen. De sonde of PRG-katheter zal tot zes of acht weken na het einde van de behandeling blijven zitten. Als u zelf weer voldoende kunt eten en drinken, kan de sonde of PRG-katheter verwijderd worden. Als u sondevoeding heeft en zelf nauwelijks meer eet of drinkt, is het belangrijk om wel uw slikreflex en slikspieren te blijven gebruiken. Dit kunt u doen door kleine slokjes water te blijven gebruiken. Dit is van belang omdat het anders lang kan duren voor u weer normaal kunt eten en drinken.

D. Slikproblemen en heesheid

In de loop van de bestraling kunnen de slijmvliezen gaan zwellen, rood/ wit verkleuren en gevoelig en pijnlijk worden. Dit kan last geven bij kauwen, slikken en praten. Enkele weken na de behandeling herstellen de slijmvliezen zich weer. Er is echter een kans dat de slikklachten blijvend van aard zijn. Ook kunnen smaakveranderingen optreden, zoals een vieze smaak in de mond, een metaalsmaak en/ of smaakverlies. De smaakveranderingen als gevolg van de radiotherapie zullen in de meeste gevallen in de loop van anderhalf jaar. Als de stembanden in het bestraalde gebied liggen, kunnen stemveranderingen optreden als heesheid, krakende stem, toonhoogteveranderingen en volumevermindering.

Dit wordt veelal veroorzaakt door vochtophoping in de weefsels en kan zelfs nog enkele maanden na de bestraling voortduren. Bij langdurige bestraling kunnen soms, ten gevolge van littekenweefsel, blijvende veranderingen optreden van de stem wat betreft bereik, volume en kwaliteit.

  • Hoesten voor, tijdens of na het slikken is een van de belangrijkste tekenen van verslikken. Verslikken kan schadelijk zijn voor de longen. Waarschuw de arts of verpleegkundige als u denkt dat u zich verslikt.
  • Zorg ervoor dat u bij slik- of passageklachten rustig de tijd neemt voor iedere maaltijd.
    Kauw voedsel goed. Het is prettig om altijd iets te drinken te hebben bij de maaltijd. Zodra u voelt dat het eten blijft steken, kunt u een slok nemen.
  • Bereid soep met kleinere stukjes vlees of groente.
  • Braad vlees niet te hard. Snijd het vlees fijn of kies zachte voeding zoals gehakt, gestoofde of zacht gebakken vis, roerei, omelet, ragout gevuld met fijngesneden vlees, vis of kaas.
  • Gebruik veel jus of saus.
  • Kook aardappelen goed gaar. Gekookte aardappelen kunt u ook vervangen door aardappelpuree, rijst, macaroni of spaghetti.
  • Kook groente goed gaar. Kies zachte soorten zoals bloemkool, worteltjes, andijvie en spinazie.

E. Pijnklachten

Door de bestraling kunnen er pijnklachten ontstaan binnen het bestraalde gebied. Deze pijnklachten kunnen eten, drinken en slikken bemoeilijken. Als u pijn heeft, is het belangrijk dat u dit aangeeft. Door pijnmedicatie op vaste tijden te gebruiken, wordt er in uw bloed een spiegel van de werkzame stof opgebouwd. Hierdoor is de pijnmedicatie effectiever. De verpleegkundige zal u drie maal per dag vragen om uw pijn te omschrijven met een cijfer van 0 tot 10, waarbij 0 geen pijn is en 10 de meest erge pijn die u zich kunt voorstellen.
De pijnmedicatie die voorgeschreven wordt kan variëren van paracetamol tot morfine (drank of pleisters), afhankelijk van de hoeveelheid pijn die u heeft.
Pijn in de mond en/of met slikken kan een reden zijn om een sonde te plaatsen zodat u voldoende eten, vocht en medicijnen kunt krijgen.

Als u behandeld wordt met Cisplatin dan zijn bepaalde pijnstillers verboden, omdat deze middelen de nierschade kunnen verergeren. Deze groep middelen zijn de zogenaamde NSAID’s (bijvoorbeeld: Brufen, Diclofenac, Naprosyne, Nerofen) en combinatie preparaten met NSAID’s. Raadpleeg daarom altijd een arts in het ziekenhuis voordat u start met pijnstillende middelen.

F. Vermoeidheid of verminderde energie

U zult merken dat u tijdens en na de behandeling minder energie heeft, sneller vermoeid raakt en meer moeite heeft met concentreren. Oorzaken van vermoeidheid bij kanker, chemotherapie en radiotherapie zijn complex en kunnen ook niet altijd achterhaald worden. Mogelijke factoren zijn pijn, angst, een slechte voedingstoestand en slecht slapen. Maar ook het regelmatig reizen naar het ziekenhuis kan een extra belasting zijn. Houd hier rekening mee in uw dagelijks leven.

  • Zorg voor een goede verdeling van activiteiten over de dag. Bouw rustmomenten in.
  • Maak onderscheid tussen belangrijke en minder belangrijke zaken. Stel prioriteiten.
  • Als u hulp wordt aangeboden door familie of vrienden, accepteer deze. U kunt dan zelf meer tijd en energie overhouden voor de dingen die u leuk of belangrijk vindt.
  • Probeer uw conditie op peil te houden door in beweging te blijven. Wandelen is bij uitstek een geschikte activiteit. Hoe beter uw lichamelijke conditie, hoe minder snel u moe bent en hoe sneller u herstelt als u moe bent.
  • Heeft u last van vermoeidheid, bespreek dit dan met uw arts of verpleegkundige.

G. Dun of uitvallend haar

Haaruitval als gevolg van deze chemotherapie (Cisplatin) komt zeer weinig voor. U zult met name merken dat uw haar dunner en brozer wordt of dat tijdens het verzorgen van het haar u meer last van haaruitval heeft.
Haaruitval als gevolg van de radiotherapie treedt op wanneer uw haar binnen het bestralingsgebied valt. Afhankelijk van de dosis is dit (meestal) tijdelijk. Wel is er vaak permanent een verminderde baardgroei. Vraag uw radiotherapeut om meer informatie.

H. Huidreacties

Bestraling vermindert de deling van huidcellen, waardoor huidreacties in het bestraalde gebied kunnen optreden als roodheid, een droge jeukende huid of nattende plekken. De huidreacties worden zichtbaar in de tweede of derde week van de behandeling, en worden daarna ernstiger. De huid geneest gewoonlijk in twee tot vier weken na het einde van de bestraling. De huid blijft aanvankelijk wat donkerder dan normaal, later soms wat bleker. Droge, bruine huidschilfers kunnen het best verwijderd worden met zoete olie of bodymilk.

  • De bestraalde huid mag met een milde zeep gewassen worden. Na het wassen de huid voorzichtig droog deppen in plaats van wrijven.
  • Smeer de bestraalde huid vanaf de start van de behandeling tweemaal daags in met cetamacrogolcrème (hydraterende crème). Als de huid meer irritatie geeft of open gaat, meld dit dan bij de doktersassistente van de radiotherapie. Zij zal in overleg met uw radiotherapeut de huidverzorging aanpassen. Probeer niet te krabben, wanneer de bestraalde huid jeukt.
  • Vermijd stugge, knellende en schurende kleding.
  • Gebruik een elektrisch scheerapparaat in plaats van nat scheren. Gebruik geen aftershave.
  • Plak geen pleisters op de huid in het bestraalde gebied.
  • In het bestraalde gebied houden de weefsels tijdens de behandeling vaak vocht vast. Het vocht hoopt zich op onder de huid, waardoor het gezicht en de hals dikker worden.

Vooral patiënten die voor de bestraling zijn geopereerd hebben hier last van. De zwelling (oedeem) verdwijnt meestal weer als de behandeling is afgelopen. Bij een zeer uitgesproken zwelling van de stembanden kan een tijdelijke tracheotomie (luchtpijpje of canule) noodzakelijk zijn. Vraag uw specialist om meer informatie.

  • Door de bestraling kan de huid aan de onderlaag verkleven (verbindweefseling). Wanneer u merkt dat de huid stugger en vaster aanvoelt dan normaal, bespreek dit dan met uw radiotherapeut.
  • Als de bestraling is afgelopen en u heeft problemen of vragen over de verzorging van de huid, dan kunt u contact opnemen met de verpleegkundige van de verbandkamer, afdeling radiotherapie, bereikbaar via het algemene telefoonnummer van het ziekenhuis 020 512 9111.
  • De folder “Look Good…Feel Better” geeft advies over het camoufleren van ontsierende plekken of littekens.
  • Stel de bestraalde huid niet bloot aan zonlicht of aan U.V.-stralen van solarium of zonnebank. Ook jaren na de bestraling moet u de bestraalde huid beschermen tegen fel zonlicht door middel van kleding of een crème met een hoge zonnebeschermingsfactor (factor 20 of hoger).

I. Verandering van het ontlastingspatroon

Chemotherapie kan het slijmvlies van de darmen irriteren, waardoor u last krijgt van diarree of van verstopping. Ook door gebruik van medicijnen als Morfine kunt u obstipatie krijgen.

Maatregelen bij diarree:

  • Als u laxerende medicijnen gebruikt, moet u hiermee stoppen.
  • Zorg dat u voldoende blijft drinken of sondevoeding blijft gebruiken. Streef naar minimaal 2 liter vocht per 24 uur.
  • Gebruik extra bouillon en/of tomatensoep.
  • Eet regelmatig kleine maaltijden en vermijd laxerende en gasvormende producten, zoals kool, prei, ui, specerijen en citrusfruit.
  • Heeft u diarree (vier tot zes keer per dag en waterdun) die langer duurt dan 24 uur, gepaard met misselijkheid, waardoor u ook niet kunt eten of drinken, waarschuw dan uw specialist of huisarts.

Maatregelen bij verstopping (obstipatie):

  • Zorg dat u voldoende blijft drinken of sondevoeding blijft gebruiken. Streef naar minimaal 2 liter vocht per 24 uur.
  • Vraag de diëtiste om advies over vezelrijke voeding.
  • Zorg voor voldoende beweging.
  • Neem Magnesiumoxide tabletten in volgens voorschrift van uw arts.
  • Heeft u langer dan vier dagen geen ontlasting gehad, neem dan contact op met uw huisarts of specialist.

J. Invloed op de werking van het beenmerg

In het beenmerg worden de bloedcellen gemaakt; witte bloedcellen (leukocyten), rode bloedcellen (erytrocyten) en bloedplaatjes (thrombocyten) gemaakt. Cisplatin remt de aanmaak in het beenmerg, waardoor er tijdelijk te weinig bloedcellen aanwezig zijn.

  • Witte bloedcellen beschermen u tegen infecties. Een verminderd aantal witte bloedlichaampjes geeft een verhoogd risico op infectie. Dit risico is het grootst tien tot veertien dagen na cytostaticatoediening. De kans bestaat dat u koorts krijgt. Als uw temperatuur 38.5 graden Celsius of hoger is, moet u uw specialist of verpleegkundige waarschuwen.
  • Bloedplaatjes zijn betrokken bij de bloedstolling. Een verminderd aantal bloedplaatjes geeft een verhoogd risico op blauwe plekken, bloedneuzen, bloedend tandvlees en een verhevigde menstruatie. Bij het ontstaan van blauwe plekken en/ of het regelmatig voorkomen van een moeilijk te stelpen bloedneus, moet u uw specialist waarschuwen.
  • Rode bloedcellen zorgen ervoor dat de ingeademde zuurstof door het hele lichaam wordt vervoerd. Een verminderd aantal rode bloedcellen veroorzaakt bloedarmoede. Door bloedarmoede zal u meer vermoeid zijn en na inspanning eerder kortademig. Wanneer de rode bloedcellen erg laag zijn kan bloedtransfusie noodzakelijk zijn.
  • In het algemeen heeft het gebruik van extra vitaminen en/of ijzertabletten geen invloed op het herstel van het beenmerg. Het aantal bloedcellen is bepalend voor het al dan niet doorgaan van de behandeling. Daarom wordt tweemaal per week uw bloed gecontroleerd.
  • Als de bloedwaarden afwijkend zijn, kan het voorkomen dat de dosering van de kuur aangepast moet worden of dat de kuur een aantal dagen uitgesteld wordt.

K. Invloed op het gehoor

Cisplatin kan het gehoor aantasten. Dit betekent dat u last kunt krijgen van een verminderd gehoor, met name voor de hoge tonen en / of van een zoemend geluid in het oor. Dit is meestal onomkeerbaar. Bij iedereen wordt daarom voor en na de behandeling een gehoortest afgenomen.
Geef klachten meteen door aan uw specialist.

L. Invloed op het zenuwstelsel

Cytostatica kunnen schade toebrengen aan het zenuwstelsel. U kunt last krijgen van:

  • Doof, slapend, tintelend of branderig gevoel in de vingertoppen, vingers en/of tenen.
  • Spierzwakte in armen of benen.

Deze klachten kunnen dagen tot weken na de aanvang van de chemotherapie optreden. De klachten verdwijnen meestal na enkele maanden, maar kunnen ook blijvend zijn. U kunt zelf niets doen om deze klachten tegen te gaan.
Wel is het van belang de klachten aan uw arts te melden, omdat het soms nodig is de behandeling aan te passen.

M. Invloed op de menstruatie

Chemotherapie kan veranderingen te weeg brengen in het patroon van de menstruatie. Dit wisselt van ‘een keer overslaan’ tot het geheel verdwijnen van de menstruatie. Het kan zijn dat u vervroegd in de overgang komt en overgangsklachten krijgt als opvliegers. Na het beëindigen van de behandeling kan de menstruatie terugkomen.

N. Invloed op seksualiteit

De meeste mensen hebben tijdens de behandeling minder zin in vrijen. De behoefte aan lichamelijke warmte, tederheid en intimiteit is vaak groter dan voorheen. Cisplatin kan de vagina droger maken. U kunt een glijmiddel gebruiken.

Chemotherapie kan aangeboren afwijkingen veroorzaken. Het is daarom raadzaam voor vrouwelijke en mannelijke patiënten tijdens en na de behandeling zwangerschap te voorkomen door anticonceptie te gebruiken. Bespreek de anticonceptie maatregelen en de duur waarvoor ze gelden met uw arts. Over het algemeen is het advies minstens een periode van een half jaar aan te houden. Indien er een vermoeden van zwangerschap is, breng dan direct uw arts op de hoogte. Aarzel niet problemen op dit gebied te bespreken met uw specialist of verpleegkundige.

Schematisch overzicht van de behandeling

Radplat: 7 weken radiotherapie en drie kuren Cisplatin

Radiotherapie Cisplatin
Week 1 ma t/m vrij
Week 2 ma t/m vrij
Week 3 ma t/m vrij
Week 4 ma t/m vrij
Week 5 ma t/m vrij
Week 6 ma t/m vrij
Week 7 ma t/m vrij