Zorgpad

Revalidatieprogramma voor hoofd-halskankerpatiënten

Omdat de tumoren en de behandeling kunnen leiden tot veel functionele klachten (slikken, spreken, werk, moeheid, schouder- en nekproblemen) is er na de behandeling vaak behoefte aan revalidatie. Hiervoor is een gespecialiseerd multidisciplinair hoofd-halsoncologisch revalidatiecentrum opgericht in het AVL.

Het is een erkend multidisciplinair revalidatieprogramma, wat betekent dat het binnen het basispakket van de ziektekostenverzekering valt en de kosten vergoed worden.

Er is een verpleegkundig specialist revalidatie voor dit programma en naast de hoofd-hals oncoloog en de radiotherapeut, zijn alle relevante medische en paramedische specialisten betrokken hierbij: revalidatie-arts, logopedist, fysiotherapeut, ergotherapeut, diëtist, psychiatrisch verpleegkundige en maatschappelijk werker.

Afhankelijk van de aard van de aandoening en/of de daarvoor geplande behandeling kan het programma zowel vóór, tijdens als na de medische behandeling starten. Dit programma is erop gericht om de gevolgen van een behandeling voor het dagelijks functioneren te beperken en te zorgen voor een betere kwaliteit van leven. Elk lid van het multidisciplinaire team heeft met haar/zijn expertise en op basis van wetenschappelijk onderzoek verschillende behandelmodules opgesteld. Dit multidisciplinaire team van specialisten zal zorgdragen voor een professionele begeleiding tijdens de revalidatie. De duur, samenstelling en frequentie van het revalidatieprogramma is afhankelijk van de gestelde doelen.

Gelaatsprothetiek

Binnen de hoofd-halsoncologie van het Antoni van Leeuwenhoek (AVL) neemt de afdeling gelaatsprothetiek een belangrijke plaats in. Middels protheses, gemaakt van silicone, worden hier patiënten behandeld met een defect in het gelaat, bijvoorbeeld na het verwijderen van een tumor van het oor, de oogkas, of de neus. Een gelaatsprothese wordt voor iedere patiënt individueel op maat gemaakt.

Hieronder ziet u voorbeelden van oor-, oog-, en neusprotheses.

prothesses

Hoe wordt de prothese gemaakt?

Ongeveer drie maanden na de operatie of een maand na de laatste bestraling, is het aangedane gebied voldoende genezen om de prothese te maken. Allereerst wordt er een afdruk van het defect gemaakt. Vervolgens wordt hiervan een gipsmodel gemaakt, waarop het wasmodel gemodelleerd wordt. Het wasmodel wordt bij de patiënt gepast en gecorrigeerd, tevens wordt de huidskleur zo natuurlijk mogelijk in silicone gemaakt.

Voor het vervaardigen van een prothese zijn ongeveer 5 bezoeken van ± 1 tot 1,5 uur nodig.

Bevestigen prothese

Er zijn twee manieren om de prothese op het gelaat te bevestigen.

  • medicinale lijm, die dun op de prothese wordt aangebracht.
  • bevestiging op implantaten (schroeven), die in het bot worden geschroefd en magneten die in de prothese worden bevestigd.
gelaat6voorgelaat7na
gelaat8gelaat9gelaat10

Controles

Wanneer u een lijmprothese draagt, komt u ongeveer 2 à 3x per jaar voor controle, de kwaliteit van de prothese wordt dan beoordeeld. Indien nodig wordt er een actuele kleur gemaakt voor het vervaardigen van 1 à 2 nieuwe protheses.

Wanneer u een prothese op implantaten draagt, komt u 1x per jaar voor controle en indien nodig wordt er kleur gemaakt om een nieuwe prothese te vervaardigen.

Vergoeding

De kosten voor een gelaatsprothese worden meestal vergoed door uw zorgverzekeraar. Kijk in uw polis voor de exacte voorwaarden.

Voor uitgebreide informatie en vragen kunt u zich richten tot de afdeling gelaatsprothetiek:
Shirley Bouman
George Lieben
René Wolterink
telefoon: 020 – 512 78 01 (bij voorkeur bellen tussen 8.00 en 9.00 of tussen 16.00 en 17.00 uur)
e-mail: gelaatsprothetiek@nki.nl

Droge mond

U kunt door bestraling van speekselkieren of door chemotherapie tijdelijk of blijvend last krijgen van een droge(re) mond (xerostomie). De dag wordt bepaald door een droog mondgevoel door een veranderde samenstelling of lagere productie van het speeksel.

Middelen die mogelijk effectief zijn om het droog mondgevoel te verminderen, staan hieronder beschreven. Het zijn handvatten waar u wellicht zelf ideeën en trucs aan toe kunt voegen. Wilt u een persoonlijk advies, maakt u dan een afspraak bij de mondhygiëniste.

Poetsen

Gebruik een zachte tandenborstel en een fluoridehoudende tandpasta. Vindt u de smaak van de tandpasta te scherp, koop dan peuter- of mentholvrije tandpasta. Mentholvrije tandpasta zijn in reformwinkels te vinden, maar wees erop bedacht dat deze tandpasta’s vaak geen fluoride bevatten. Op internet vindt u mentholvrije merken als u de zoektermen intikt: tandpasta zonder menthol of mentholvrije tandpasta. Poets een beslagen tong ook 1 à 2 maal daags met een zachte tandenborstel en water.

Lipverzorging

Houdt de lippen vet met lippenbalsems of vaseline.

Spoelen

Spoel 4 tot 6x daags de mondholte schoon met een oplossing van zout water. Gebruik hiervoor de verhouding: 1 afgestreken eetlepel (9 gram) keukenzout op 1 liter (gekookt) water. U kunt minder zout gebruiken of naspoelen met kraanwater als u last heeft van een zoute nasmaak.

Een alternatief voor spoelen met zout water is spoelen met een oplossing van zout en zuiveringszout. U maakt dit door van beide een volle theelepel op 1 liter ( gekookt) water te gebruiken.

Bevochtigen

Als uw mond schoon is, kunt u deze bevochtigen met commerciële, speekselvervangende middelen, verkrijgbaar in sprays, gels en spoelingen. Zowel apothekers als de mondhygiëniste kunnen u informatie verstrekken over merken en gebruik. De mondhygiëniste kan echter voor u overgaat tot aanschaf ook monsters verstrekken. Maak hiervoor een afspraak bij de mondhygiëniste via de backoffice.

Het kauwen en sabbelen op suikervrij snoepgoed, denk aan kauwgom of drop, kan bijdragen aan stimulatie van speekselproductie. Gebruik wel de suikervrije variant. Mocht menthol/pepermunt te scherp zijn, dan zijn ook veel mentholvrije alternatieven te vinden in reformwinkels of op het internet.

Belangrijk

  • Het gebruik van de voorgeschreven fluoridehoudende gel of spoeling mag alleen worden afgebouwd of gestopt op advies van de tandarts en/of mondhygiëniste.
  • Tijdens of na de bestraling op het hoofd-halsgebied mag u nooit uw tanden of kiezen laten trekken zonder dat dit met uw hoofd-halschirurg, radiotherapeut of tandarts van het AVL besproken te hebben. Na bestraling of chemoradiatie dient uiterst terughoudend te worden opgetreden met het verwijderen van tanden en kiezen omdat het risico op osteoradionecrosis groot is. Als voorzorg wordt 1 dag preoperatief gestart met Clindamycine 3d600mg, te continueren tot 9 dagen na de ingreep.
  • Wanneer door uw huisarts of tandarts wordt gevraagd naar vroegere ziekten, vergeet dan nooit de bestraling te vermelden.

Logopedie

De logopedisten van het Antoni van Leeuwenhoek zijn gespecialiseerd in slik-, stem- en spraakrevalidatie na een behandeling in het hoofd-halsgebied. Daarnaast kunnen de logopedisten helpen bij gehoor- of taalproblemen.

Uw eerste consult bij de logopedist kan voor, tijdens of na uw behandeling plaatsvinden. Dit is afhankelijk van welke behandeling u krijgt en welke problemen u ondervindt of gaat ondervinden. De logopedische behandeling kan bijvoorbeeld gericht zijn op het verbeteren van de articulatie na een operatie aan de tong, het verbeteren van de stemkwaliteit na bestraling op de stembanden of het trainen van de slikspieren indien u slikproblemen ervaart. Ook geven de logopedisten adviezen om het eten en drinken zo veilig mogelijk te laten verlopen.

Revalidatie na laryngectomie

» Lees hier meer over provox stem- en luchtwegrevalidatie

Na de operatie

Meestal volgt na de operatie een korte (12-24 uur) observatie op de intensive care afdeling (IC).

Zowel op de intensive care als op de verpleegafdeling worden slijm en restjes bloed regelmatig uit de mond en luchtpijp gezogen om ophoping daar te voorkomen. De canule wordt meestal na enkele uren verwijderd, waarna een pleister met luchtfilter over het stoma wordt geplakt om ingeademde lucht te filteren en te bevochtigen. De patiënt krijgt vloeibare voeding via de voeding(neus)sonde. Het infuus wordt verwijderd wanneer de patiënt de voeding via de neussonde goed verdraagt en geen bloedtransfusie of medicijnen via het infuus nodig heeft. Meestal is dit de 2e of 3e dag na de operatie. Na 24 uur mag de patient starten met drinken van water. Indien dit goed gaat, wordt de neussonde verwijderd en mag een vloeibaar dieet gebruikt worden tot de 7e dag. Erna wordt het dieet uitgebreid tot gemalen voedsel en rond de 10e dag na de operatie is meestal een normaal dieet mogelijk. Alleen bij uitgebreide reconstructies blijft de neussonde langer noodzakelijk en kan de patient de eerste week alleen water drinken. Bij sommige patiënten (die een reconstructie hebben ondergaan) wordt eerst een slikfoto gemaakt. Dit is een röntgenfoto die gemaakt wordt na het drinken van witte contrastvloeistof. Als uit deze foto blijkt dat de slokdarm gesloten is, kan de neussonde eruit en wordt gestart met voeding door de mond.

Via de wonddrains wordt het vocht dat zich ophoopt bij de operatiewond weggezogen. De hoeveelheid vocht wordt gemeten en als er vrijwel niets meer uit komt worden de wonddrains verwijderd. Rond de 10e dag worden ook de hechtingen verwijderd.

De patiënt kan de eerste 10 dagen in het geheel niet spreken en het communiceren moet met behulp van pen en papier gebeuren. Na deze 10 dagen begint de spraakrevalidatie, waarbij de patiënt opnieuw leert spreken. De logopedist (spraak- sliktherapeut) zal de patiënt bij deze spraakrevalidatie intensief begeleiden.

Hoewel een canule (zie figuur) meestal niet nodig is, heeft het tracheostoma bij sommige patiënten de neiging tot krimpen. In die gevallen moet ’s avonds of continu een (siliconen) canule worden gedragen. De patiënt moet initieel dus elke dag (ook thuis) de canule even in het stoma passen om te controleren of het stoma niet vernauwt. De verpleegkundige leert de patiënt hoe hij/zij de canule en het stoma zelf kan verzorgen.

larynx02
larynx03

Gevolgen en complicaties

(Zie ook Rehabilitation en Provox documentatie.)

  • Wanneer het strottenhoofd is verwijderd, vindt de ademhaling plaats via het tracheostoma. Ook bij hoesten komt slijm niet meer in de mond en kan niet weggeslikt worden. Het stoma moet dus regelmatig gereinigd worden. Hoesten verloopt ook minder gemakkelijk, omdat geen druk kan worden opgebouwd. Omdat niet meer via de neus wordt geademd, is de lucht erg droog en niet door de neus gereinigd. Hierdoor kunnen de longen geïrriteerd raken en meer slijm gaan produceren. Daarom is het dragen van een filter van groot belang.
  • Omdat niet meer via de neus wordt geademd is ook de reuk, en vaak ook de smaak, verminderd. In het AVL is een techniek ontwikkeld om dit deels te verhelpen (“beleefd gapen” techniek). Vraag erna bij uw logopedist. Meer informatie kan gevonden worden in “Reukrevalidatie na totale laryngectomie: handleiding voor  gelaryngectomeerden” . 
  • Het spreken kan niet meer met de stembanden. Vrijwel altijd kan een stemprothese worden geplaatst tussen de luchtpijp en de slokdarm waardoor spreken weer mogelijk is. Er bestaan verschillende uitvoeringen en maten. Meer dan 90% van de patiënten leert op deze manier weer spreken hoewel de stem meestal wat heser en zwaarder klinkt (stem- en spraakrevalidatie).
  • Het slikken verloopt normaal en verslikken is in principe niet meer mogelijk.

Na de operatie kunnen ook complicaties voorkomen

  • Wondgenezingproblemen met infecties en fistels (verbinding tussen de keel en de hals-huid) kunnen de opname sterk verlengen en maken soms een hernieuwde ingreep nodig. Om dit te voorkomen worden antibiotica gegeven en voeding via een neussonde.
  • Nabloedingen zijn gelukkig zeldzaam, doch maken meestal een hernieuwde ingreep noodzakelijk.
  • Wanneer een groot stuk van de schildklier is verwijderd of bestraald ontstaat frequent op de lange duur een hypothyroïdie waarvoor medicijnen noodzakelijk zijn.
  • Wanneer er weinig slijmvlies in de keel over is of een strictuur ontstaat, kan de opening naar de slokdarm erg nauw worden waardoor eten kan blijven hangen en niet zakt. Oprekken van de slokdarm of een aangepast dieet (vloeibaar-gemalen) kan dan noodzakelijk zijn.
  • Wanneer er een spasme ontstaat van de sphincter in de bovenste slokdarm, kan het praten erg moeilijk zijn. Wanneer logopedie niet helpt kan een aanvullende operatie of injectie met botuline toxine nodig zijn.
  • De stemprothese heeft een beperkte levensduur (meestal 3-5 maanden). Bij lekkage moet ze vervangen worden. In uitzonderlijke gevallen ontstaan problemen met de tracheo-oesofageale fistel in de zin van atrofie, hypertrofie, infectie, etc. Hiervoor is extra zorg door de KNO-arts noodzakelijk.

Ontslag uit het ziekenhuis

Bij ontslag uit het ziekenhuis (meestal 2-3 weken na de operatie) streven we ernaar dat de patiënt zich, eventueel met behulp van huisgenoten, geheel zelf kan verzorgen en spreken. Ook de partner krijgt tijdens de opname op de afdeling instructie over verzorging van het stoma.
De huisarts wordt volledig op de hoogte gebracht over de operatie en het ontslag uit het ziekenhuis. In sommige gevallen volgt na ontslag uit het ziekenhuis nog een periode van poliklinische bestralingen.

Thuis uit het ziekenhuis

Na verloop van tijd zal de patiënt merken dat hij/zij de meeste activiteiten weer kan oppakken. Wel wordt geadviseerd het directe contact van het stoma, en dus de luchtpijp, met extreme koude of hitte, veel stof en prikkelende gassen en dampen te voorkomen. Dit heeft te maken met het feit dat de ingeademde lucht via het stoma direct naar de longen gaat en niet meer door de neus wordt gezeefd. Om de longen toch enigszins af te schermen wordt vanaf de eerste dag een “heat and moist exchanger”, een filter met pleister, voor het stoma geplakt (zie figuur hierboven). Door deze filters kan veelvuldig hoesten en slijmproductie worden verminderd. Bij lage buitentemperaturen is een col of sjaal aan te bevelen. Een hoge luchtvochtigheid (ca. 60-70%) houdt het slijm dun en voorkomt veelvuldig hoesten. Het is daarom belangrijk dat de lucht in huis vochtig blijft met bijvoorbeeld bakjes water aan de verwarming of een vernevelaar.

De patiënt dient er rekening mee houden dat water via het stoma rechtstreeks in de longen terecht kan komen. Daarom moet voor het douchen de douchekop zo ingesteld worden dat het water onder het stoma terechtkomt. Als de patiënt zijn/haar hoofd wilt afspoelen kan hij/zij met een holle hand of een nat washandje het stoma afdekken. Er zijn ook speciale voorzieningen in de handel zoals een douchebeschermer en bij het zwemmen een speciale snorkel. In overleg met de logopediste zijn deze via de Patiëntenvereniging HOOFD-HALS te verkrijgen. Om het spreken en de omgang met stoma en spraakprothese (stemprothese) te oefenen volgen poliklinisch meestal afspraken met de logopedie. Hier wordt ook de reuktraining gegeven.

Een moeilijke periode

Na de operatie dringt het bij de patiënt pas goed door dat hij/zij niet meer op de normale wijze kan spreken. De patiënt moet zich erop voorbereiden dat de sociale contacten na de operatie (tijdelijk) zullen verminderen en dat ook het uiting geven aan emoties in de huiselijke omgeving moeilijker kan zijn. Dit geeft aanleiding tot onzekerheid en vaak tot depressieve gevoelens.
De reuk en smaak kunnen blijvend verminderd zijn en eten gaat soms lastiger. Ook is men wat gemakkelijker vatbaar voor verkoudheid. Het opnieuw gaan werken kan soms een probleem zijn doordat de werksituatie is veranderd of zelfs doordat overplaatsing noodzakelijk is. Het kan helpen als de patiënt probeert voor ogen te houden wat hij/zij nog wel kan en wat wegvalt op een andere manier tracht in te vullen. Communiceren over dit soort zaken is belangrijk. De verpleegkundige poli, de Dienst Begeleiding en Ondersteuning, uw artsen en logopedisten kunnen soms hierbij helpen.

Ook het uitwisselen van ervaringen met een medepatiënt (lotgenoot) kan een enorme steun zijn. U kunt zich aansluiten bij onder andere de Patiëntenvereniging HOOFD-HALS.

Controle

In het algemeen is strottenhoofdkanker een goed te genezen ziekte. Er blijft echter altijd een kans aanwezig dat de ziekte terugkomt. Daarom worden na de behandeling gedurende vele jaren poliklinische controles uitgevoerd. De eerste jaren om de 2 à 4 maanden. Na 5 jaar wordt de reguliere controle gestaakt, doch zijn controles in verband met de stemprothesewisselingen wel nodig. Jaarlijks wordt bloedonderzoek (schildklier) en een longfoto verricht.

Hulpmiddelen na laryngectomie

(Zie ook Rehabilitation.)

Al snel na de laryngectomie zullen patiënten moeten wennen aan het gebruik van hulpmiddelen. De eerste dagen na de operatie zal dit voornamelijk gericht zijn op de verzorging van het tracheostoma en het gebruik van de pleisters en canules. De verpleegkundigen op de hoofd-halsafdeling (5e etage) nemen dit deel voor hun rekening. Zo gauw de wondgenezing dit toelaat, gaat de logopedist(e) met u oefenen om weer te leren spreken.

Uiteindelijk kan soms een zeer goed resultaat worden bereikt.

Tijdens de ziekenhuisopname wordt een zogenaamd “startpakket” besteld, met daarin de benodigdheden voor de eerste weken.

Stomalampje

Een stomalampje is onontbeerlijk tijdens de verzorging van het tracheostoma en de stemprothese. Meestal is de stemprothese met behulp van het lampje en een spiegel goed zichtbaar te maken.

Knieboogpincet

Een knieboogpincet heeft een gebogen punt, wat het makkelijker maakt slijmresten en korsten uit het tracheostoma en eventueel de stemprothese te verwijderen. De pincet is gebogen zodat de hand niet het licht in het stoma belemmert.

Douchebeschermers

Er zijn twee typen beschermers, die ervoor zorgen dat er tijdens het douchen geen water in het tracheostoma komt. De blauwe Provox douchebeschermer past eenvoudig in de stomapleister. De rubberen douchebeschermer wordt achterin de nek vastgemaakt. Deze douchebeschermer bestaat in twee uitvoeringen: voor gebruik met canule (zonder tussenschot) en zonder canule (met tussenschot).

Schoonmaakdoekjes

Voordat de stomapleister kan worden geplakt, moet de huid rond het stoma worden schoongemaakt en ontvet. Het is belangrijk vóór het plakken van de pleisters de huid goed te laten drogen. Indien de huid geïrriteerd raakt bij het gebruik van deze doekjes, kan eventueel zeepvrije babygel worden gebruikt.

Borsteltje

Als slijm zich ophoopt in de stemprothese moet deze worden schoongemaakt. Meestal moet dit in ieder geval elke ochtend gebeuren, nadat de patiënt het tracheostoma heeft gedruppeld met een zoutoplossing (0,9% NaCl) en schoongemaakt. Het borsteltje moet nat gemaakt worden (onder de warme kraan) en draaiend in de stemprothese worden gebracht tot het blauwe ringetje de prothese raakt. Daarna wordt het borsteltje weer draaiend naar buiten gehaald. Zonodig schoonmaken en herhalen. Het borsteltje kan na reiniging hergebruikt worden. Bij schimmelovergroei kan het borsteltje ook in betadine jodium of nystatine worden gedompeld vóór het reinigen. Het is belangrijk dat de positie van de stemprothese goed is na het schoonmaken (het ovale deel moet naar beneden wijzen) omdat dan het “afdakje” aan de kant van de slokdarm ervoor zorgt dat eten en drinken niet tegen het klepje aankomen, hetgeen tot lekkage kan leiden.

“Douche”

Als het schoonmaken van de stemprothese met het borsteltje moeilijk is, kan ook gekozen worden voor het schoonmaken met behulp van een “douche”. Een klein beetje water of zoutoplossing (0,9% NaCl) kan worden opgezogen door in het ballonnetje te knijpen. Het uiteinde kan in de stemprothese worden geplaatst en de vloeistof kan hier doorheen worden gespoten.

larynx008

Plug

De stemprothese gaat lekken als ten gevolge van schimmelvorming of slijtage het klepje aan de slokdarmzijde niet meer goed sluit. De patiënt merkt dit doordat hij tijdens het drinken begint te hoesten, te vergelijken met verslikken. De patiënt kan dan uitproberen of het vermijden van dun vloeibaar drinken lekkage voorkomt.
Helpt dit onvoldoende, dan kan de plug met behulp van de achterzijde van het borsteltje in de ventielstemprothese worden geplaatst. Na het eten of drinken kan de plug worden verwijderd, zodat spreken weer mogelijk is. De eerst volgende werkdag kan de patiënt het ziekenhuis bezoeken om de prothese te laten vervangen.

larynx009

Befjes

Befjes zijn er in verschillende soorten (rolkraagbefjes en sjaalbefjes), materialen (katoen of synthetisch) en dikten. Evenals de gazen zorgen de befjes voor luchtwegbescherming (de mate van deze “filterfunctie” is afhankelijk van het type befje). Het gebruik van een befje kan het afsluiten van het tracheostoma makkelijker maken bij gebruik van de ventielstemprothese. Bovendien onttrekt het befje het tracheostoma aan het zicht. Ook “gewone” sjaaltjes zijn voor dames overigens voor dit laatste doel geschikt, mits ze niet tegen het tracheostoma worden aangezogen. Moet een patiënt na de laryngectomie nog worden bestraald, dan zullen befjes vaak de enige wijze van bescherming van de luchtwegen zijn. Het dragen van de zogenaamde Tergal-befjes met optimaal beschermende functie is dan aan te raden.

Stomapleisters en -filters

In het algemeen worden stomapleisters en -filters van het merk Provox gebruikt. Andere merken zijn bijvoorbeeld Neo Naze en Free Vent.  Het plakken van deze stomapleisters gebeurt pas als de huid rond het tracheostoma voldoende genezen is en de hechtingen zijn verwijderd.


Er zijn drie typen pleisters: “Regular”, “Flexiderm” en “Optiderm”, in twee vormen: “Round” en “Oval”.

“Regular” is de standaard uitvoering.
“Flexiderm” is soepel en is makkelijk om het stoma heen te plakken.
“Optiderm” is meer geschikt voor een gevoelige huid.

Van belang is een Optidermpleister eerst in de handpalm te verwarmen om het materiaal soepel te maken en de pleister in ieder geval 15 minuten te laten hechten voor te beginnen met spreken (in tegenstelling tot ongeveer 5 minuten bij de andere pleisters).
De ovale pleisters hebben de grootste plakrand, en zorgen voor de beste hechting. Bij een vlak tracheostoma kunnen de ronde pleisters ook goed voldoen.
De pleister kan het beste pas worden vervangen als deze loslaat, om huidirritatie te voorkomen.

Filters worden ook wel kunstneuzen genoemd en vervangen de filterfunctie van de bovenste luchtwegen (m.n. de neus), die door de laryngectomie verloren is gegaan. De kleine vochtdeeltjes die tijdens het uitademen op het filter terechtkomen, zorgen ervoor dat de lucht tijdens het inademen tevens enigszins wordt bevochtigd. Bovendien wordt de ademweerstand hersteld, hetgeen beter is voor de algehele longfunctie. Ook zorgt de filter ervoor dat de temperatuur van de ingeademde lucht verhoogd word in de richting van de lichaamstemperatuur.
Er zijn twee soorten filters: normaal en “High Flow”. In principe wordt gestart met de normale filters.
De filters kunnen makkelijk in het pleister worden geplaatst. In geval van hoesten en ophoping van slijm, kunnen de filters eenvoudig uit de pleister worden verwijderd en zo nodig vervangen.
Patiënten vinden het dragen van een filter vaak prettig, omdat er weer weerstand is tijdens het ademen, wat zij vóór de operatie ook gewend waren, toen de lucht via de neus- en keelholte werd in- en uitgeademd. Vinden patiënten het ademen met de normale filter te zwaar, of moet er lichamelijke inspanning worden geleverd, dan kunnen de High Flow filters uitkomst bieden. Een filter mag maximaal één dag worden gedragen.

Siliconenlijm

Het kan voorkomen dat de pleisters erg snel loslaten (zeker tijdens het gebruik van een spreekklep). Om de hechting sterker te maken, kan siliconenlijm worden gebruikt. Tijdens het aanbrengen van de lijm rond het tracheostoma is het belangrijk ervoor te zorgen dat de damp zo min mogelijk worden ingeademd en dat er geen lijm in het tracheostoma komt. Tevens moet 3-4 minuten worden gewacht voordat de pleister wordt geplakt en daarna nog eens 5-15 minuten voordat gestart mag worden met spreken om een maximale hechting te verkrijgen. Voor het verwijderen van lijmresten kan een speciale lijmoplosser worden gebruikt. Pas op! Een lijmoplosser kan ook huidproblemen veroorzaken; neem bij twijfel contact op met uw arts of verpleegkundige.

Huidbescherming

De huid kan geïrriteerd raken bij het gebruik van pleisters en/of lijm en het reinigingsmiddel.
Enkele middelen die voor huidbescherming kunnen worden gebruikt zijn “Cavilon” (spray of “lolly”) van de firma 3M of “Skinprotector” van de firma Simcare. Deze moeten voor het plakken van de pleister op de huid worden aangebracht, beïnvloeden de plakfunctie niet, en zorgen ervoor dat de huid kan blijven ademen. Lees de gebruiksaanwijzing.

LaryTube

Is er sprake van krimpen van het tracheostoma, dan zal een patiënt ’s nachts en soms ook overdag een canule moeten dragen om het stoma open te houden. Spreken met de ventielstemprothese wordt dan veel moeilijker omdat de lucht de prothese niet goed kan bereiken. De LaryTube is een canule, gemaakt van zacht siliconenmateriaal. Op de plaats van de ventielstemprothese kunnen met behulp van een soort appelboortje gaatjes worden gemaakt, zodat de lucht de ventielstemprothese wel kan bereiken. Er zijn Larytube canules die met een bandje in de nek kunnen worden vastgemaakt. Een ander type (met de blauwe ring) past in een Provox stomapleister. Op beide canules passen de stomafilters, de Provox en de Blom Singer automatische spreekkleppen.

Larytube

LaryButton

LaryButton

Er kunnen verschillende redenen zijn waarom stomapleisters niet kunnen worden gebruikt.  Als de huid rond het stoma erg gevoelig is, worden de pleisters niet goed verdragen. Om toch een filter of automatische spreekklep te kunnen dragen, kan een zogenaamde LaryButton worden gebruikt. Dit is een buisje van siliconenmateriaal in verschillende lengten en diameters, dat in het tracheostoma kan worden geplaatst. In deze LaryButton past tevens een automatische spreekklep (FreeHands HME, FlexiVoice HME, Blom Singer ASV). Het is bijzonder belangrijk dat deze LaryButton goed past. Als het hulpmiddel te groot is, ontstaat er druk op de stomarand, met mogelijk irritatie tot gevolg. Is de LaryButton te klein, dan blijft deze niet goed in het stoma zitten en kan uit het stoma glippen (vooral bij hoesten en gebruik van de spreekklep).

Vervanging van de prothese

De Provox stemprothese heeft een gemiddelde levensduur van 3-5 maanden, maar er kunnen vele variaties optreden. Een kortere levensduur van 6-8 weken en veel langere gebruiksperioden (tot 2 jaar) komen voor.
De belangrijkste reden voor vervanging is een niet te stoppen lekkage door de prothese heen. Zo nu en dan kan in beperkte mate lekkage optreden gedurende de eerste 2 weken na het inbrengen van een prothese. Dit probleem is vaak van tijdelijke aard en geen reden voor onmiddellijke vervanging.
Verwisseling van de prothese wordt uitgevoerd door de KNO-arts. Om te voorkomen dat u moet braken is het beste om 3 uur voor de vervangingsprocedure niets te eten. Dan is uw maag leeg. Gedurende deze procedure kan een geringe bloeding aan de randen van de fistel (gaatje tussen de luchtpijp en de slokdarm waarin de prothese geplaatst wordt) optreden. Dit is normaal en geen reden voor bezorgdheid. Aanhoudende bloeding dient u echter aan uw arts te melden.
Soms kan de prothese tijdens het slikken in de keel gevoeld worden. Dit is eveneens geen reden voor bezorgdheid.

In de volgende gevallen dient u contact op te nemen met uw KNO-arts:

  • Bij lekkage treedt hoesten op wanneer vloeistof vanuit de slokdarm in de luchtpijp terechtkomt. Controleer hierbij of de vloeistof door de prothese heen loopt of erlangs. Lekkage door de prothese heen kan soms worden opgelost door de prothese te reinigen (door krachtig roepen terwijl u het stoma met uw vinger afsluit, of met behulp van de bijgeleverde borsteltjes of een wattenstokje). Wanneer dit geen resultaat heeft dient de prothese te worden vervangen binnen 1-2 dagen. Tijdelijk kan de plug worden gebruikt (zie hierboven). Lekkage langs de rand van de prothese kan een teken zijn van verwijding van de fistel.
  • Indien uw prothese verstopt raakt kunt u deze reinigen. Lukt het niet de verstopping te verhelpen neem dan contact op met uw KNO-arts.
  • Uw prothese kan verdwijnen doordat het slijmvlies over de prothese heen is geschoven of omdat u de prothese hebt ingeslikt.
  • Bij blijvend ophoesten van bloederig slijm kan nader onderzoek gewenst zijn.
  • Bij pijnklachten, benauwdheid of zwellingen in de hals en rond het stoma.

Meer informatie over revalidatie:

Reukrevalidatie na totale laryngectomie handleiding voor logopedisten
Reukrevalidatie na totale laryngectomie handleiding voor gelaryngectomeerden
Praktische gids voor revalidatie na een laryngectomie, inclusief het provox-systeem
Multidisciplinaire hoofd-hals revalidatie

Maak online een afspraak

Voor zowel nieuwe patienten en Second Opinions

Let op: Om een afspraak te kunnen maken, is een verwijsbrief van uw huisarts benodigd.

    Content for `one`
    Content for `two`
    Content for `three`